De koorddanser

Ik neem u even mee naar het jaar 1859 en we bevinden ons aan de rand van de Niagara Waterval. De Fransman Charles Blondin was de eerste mens die op 17 augustus 1859 als koorddanser over de Niagara-kloof ging. Die kloof is het korte gedeelte aan Amerikaanse zijde. Hij danste over een touw dat 340 meter lang was en 8 cm dik. Na de eerste oversteek kwamen de variaties: hij deed het geblindeerd, als zakloper, op stelten. Hij pauzeerde midden op het touw om daar uit meegebrachte ingrediënten een omelet te bakken en die op te eten en toen duwde hij een kruiwagen naar de overkant met daarin een vracht die hetzelfde gewicht had als een mens. Aan de juichende menigte vroeg Blondin of zij, nu ze gezien hadden dat hij het gewicht van een mens kon vervoeren, ook wilden geloven dat hij een mens naar de overkant zou kunnen brengen. Dat werd uiteraard onder groot gejuich bevestigd. Toen hij vervolgens vroeg om een vrijwilliger bleek er onder de hele menigte niemand bereid dat avontuur met hem aan te gaan. Het was pas na heel veel overreding (en oefenen!) dat zijn manager, Harry Colcord, het aandurfde om op de rug van Blondin de reis naar de overkant te maken – die ze overigens met goed gevolg aflegden.

Christelijke spiritualiteit is niet een prettig onderbuikgevoel.

Het is een prachtige illustratie van de manier waarop dingen, die we met ons verstand be-amen niet altijd stroken met onze diepere driften, angsten, beelden of verborgen overtuigingen. Voer voor psychologen misschien, maar ook voor gewone mensen. Een oplossing die je alleen in je hoofd behoeft te bedenken, kan eenvoudig genoeg zijn, terwijl de praktijk dat niet is. Dan blijkt de vraag ‘Geloof ik in theorie dat Blondin een gewicht van 70 kilo naar de overkant kan brengen?’ een heel is andere dan de vraag ‘Ben ik bereid op zijn rug te gaan zitten en om eventueel, als ik een paniekaanval krijg, samen met hem in de afgrond te storten?’ En dat raakt wel degelijk aan de beleving van het geloof. Ik was al jaren een grote fan van de geloofshelden uit Hebreeën 11 toen ik voor het eerst de littekens zag van een jongeman op wie zijn kwelgeesten sigaretten- en sigarenpeuken hadden uitgedrukt. Paulus zijn, of Petrus, dat leek me wel wat, maar bij Nady had ik veel meer huiver.

Om toch zonnig te eindigen: er is ook een andere kant. Mensen die – liefst van jongsaf aan en levenslang – een bepaalde manier van doen beoefenen, zullen op het kritieke moment ervaren dat ze er op dat moment ook toe in staat zijn. Die springen inderdaad in een wak om een kind te redden, gaan een brandend huis in waar nog mensen zijn, laten zich niet afschrikken door de monotonie van belangrijke maar saaie taken, nemen verantwoordelijkheid ook als niemand kijkt en zijn in het algemeen vrouwen en mannen waarop je kunt bouwen. ‘Discipelen’ noemt Jezus zulke mensen, en dat woord gaat vooral over de dingen die je léért. Want christelijke spiritualiteit is niet een prettig onderbuikgevoel, maar levenslang leren om – beetje bij beetje – steeds meer op Jezus te lijken.

Arnold van Heusden
arnoldvanheusden@maandbladreveil.nl
Arnold van Heusden is betrokken bij Connecting Churches

Categorieën: Columns