De schoenen van Sinterklaas

Als wij vroeger schoenen nodig hadden, moesten we wachten tot de kinderbijslag kwam. Met de hele familie gingen we dan altijd naar dezelfde schoenenwinkel. Niet de duurste, ook niet de goedkoopste, maar ertussenin.
Passen was het leukste! Met je voet op een bankje en een juffrouw die met een paar dozen en een schoenlepel kwam om je te helpen. Thuis hadden we natuurlijk onze netste sokken aangedaan, zonder gaten.

Ik voelde me net Assepoester (en mijn zusjes waren dan de boze stiefzusters). Ik zeurde altijd om rode schoenen, maar die kreeg ik nooit. Bruine of zwarte werden het, met stevige neuzen en van echt leer.
‘Echt leer’ was toen nog van dat kraakleer. De eerste weken of maanden blééf het kraken en ik had altijd het gevoel dat iedereen naar me keek.

Mijn vaders schoenen kraakten het hardst. Als we zondags naar de kerk liepen, hoorde je ‘piep, piep, piep’. Dat was mijn vader. In de kerk mocht hij de collecte ophalen. ‘Piep, piep, piep!’ Ik schaamde me dood!
Het werd december en op school vierden we Sinterklaas.

Ik zeurde altijd om rode schoenen, maar die kreeg ik nooit.

Alle kinderen van mijn klas geloofden allang niet meer dat hij echt bestond, maar ik wel! Toen hij het schoolplein op kwam, samen met zijn pieten, keek ik vol ontzag naar de Goedheiligman met zijn mijter en staf.
Toen hoorde ik: ‘piep, piep, piep…’. Ik keek naar zijn voeten. Dezelfde schoenen als mijn vader!
Wat was ik trots. Dat het mijn vader wàs, besefte ik pas jaren later.

Elly Zuiderveld
ellyzuiderveld@maandbladreveil.nl
De auteur is zangeres, schrijver en levenskunstenaar.

Categorieën: Columns