Ik kom uit Koerdistan

Lieve Geertruida (mevrouw Mulder),

Herinnert u zich mij nog? Toen ik u voor de eerste keer in de kerk ontmoette, woonden mijn man en ik in een asielzoekerscentrum. Anderhalf jaar daarvoor -in 2009- kwamen wij naar Nederland. Mijn Nederlands was niet heel goed, nu kan ik alles veel beter verwoorden. U wist niet veel over mij, daarom wil ik u graag meer over mijn herkomst vertellen.

Ik ben een Koerd. Ik kom uit Koerdistan. Koerdistan was ooit één land, maar is nu verdeeld. Koerden worden voortdurend afgewezen en niet erkend in Iran, Turkije, Irak en Syrië. Dagelijks worden wij in ons eigen land aangevallen, bedreigd, vervolgd en vermoord, omdat we Koerd zijn. Elk moment worstelen we met angst, onzekerheid en dood. Angst voor arrestatie en de gevangenis, onzeker of wij ooit vrij komen en niet worden opgehangen. Dat gebeurt vaak zonder dat iemand het weet en zonder dat je afscheid kunt nemen van je familie. George Ritzer, een Amerikaanse socioloog, kent onze geschiedenis en zei: ‘De Koerden hebben alle soorten dood mee gemaakt. Doodgeschoten, opgehangen, genocide door levend te worden begraven, onthoofd, verhongerd, gedood door kou, maar ze zijn nooit dood van angst en bang voor dood geweest.’

Ja, ik kom uit Koerdistan. Een mooi land met hoge bergen en onoverwinnelijke mensen, maar zonder hoop en vrede. Koerdistan is jarenlang verwond en verscheurd door haar vijanden. Overal zijn onbekende graven, rouwende moeders en weeskinderen. Ik ken veel moeders die nog steeds zoeken naar hun kind, moeders die slechts hebben gehoord dat hun zoon of dochter is opgepakt. Ik ken moeders die eindelijk na dagen pleiten, zoeken en vragen bij de autoriteiten, alleen maar het lijk van hun kind terugkrijgen. Ik ken veel kindjes die nooit hun vader of moeder hebben gezien. Die zijn ver van huis in de bergen om te vechten, zitten in de gevangenis of zijn vermoord. Wij zijn als kind opgegroeid met slaapliedjes over vechten voor vrijheid. Vreugde en liefde kennen wij niet veel, oorlog en geweld wel. Tussen al die ellende zoeken we naar hoop, maar hoop is onvindbaar. Uiteindelijk moeten we kiezen tussen twee kwaden: blijven of vluchten. Over de bergen en door de zee, duizenden kilometers van huis, vluchten in de hoop dat we ergens vrede en veiligheid kunnen vinden. Maar je weet nooit wat je te wachten staat.

Aylan* was één van de duizenden Koerdische kinderen die dagelijks door de golven van geweld en ongerechtigheid werd overspoeld. Waar en bij wie vinden de Koerden gerechtigheid en veiligheid?

Ik schrijf u dit niet omdat u naar mijn geschiedenis hebt gevraagd, maar juist omdat u niet veel hebt gevraagd. Bij u hoefde ik niks te bewijzen, u accepteerde mij gewoon als mens en zag daarna pas de vluchteling. En dat gaf mij veel vertrouwen.

Mijn man en ik moesten net als alle andere Koerden voor ons leven vluchten. Maar drie maanden nadat wij hier in Nederland asiel hadden aangevraagd, werd onze aanvraag door de IND afgewezen. Wij moesten Nederland verlaten. Onze zware rugzak, die al vol was van pijn en verdriet, werd veel zwaarder. Wij stonden er helemaal alleen voor. Toen riep ik wanhopig: God waar bent u?

Na de beslissing van de IND, stuurde de organisatie VWN** ons naar Amsterdam, zodat wij tot het einde van onze procedure in de christelijke hotels Shelter City en Jordan konden verblijven. Daar mochten wij alleen slapen en verder kregen we een kleine bijdrage voor het eten. Dit werd allemaal door een christelijke organisatie geregeld. We waren heel dankbaar, maar niet blij. Er waren ook andere asielzoekers die in dezelfde situatie zaten. Alle zaken rondom onze asielprocedure werden door een oude mevrouw geregeld. Wij noemden haar ‘Madam’. Toen ik haar voor de eerste keer ontmoette, zag ik een harde en boze vrouw. We moesten alles aan haar vragen en kwamen daarom vaak bij haar aan de deur. Dat was heel moeilijk.

Na twee maanden kregen we van de rechtbank en daarna in hoger beroep twee negatieve uitspraken op onze asielaanvraag. Wij werden illegaal en mochten niet meer in de Shelters blijven. We moesten Madam om verdere hulp vragen. Op een koude dag in januari stonden we voor de deur van haar organisatie, maar ze liet ons niet binnen. Na bijna twee uur wachten liet iemand anders ons binnen, en toen werd ze heel boos. Ze duwde ons naar buiten en schreeuwde dat zij ons niet meer wilde helpen. Dat was ongelooflijk en zwaar, maar we wisten dat wij niet alleen waren. Wij konden het deze keer wel dragen, omdat Jezus met ons was!

We kwamen de avond daarvoor in januari 2010 tot geloof in Hem. Die dag waren wij op straat, maar we hadden nieuwe hoop, die ons de kracht gaf om verder te gaan. Er was geen enkele organisatie die ons wilde helpen. We waren in totaal acht maanden illegaal in Amsterdam en in die moeilijke tijd voelden we altijd Gods nabijheid en kracht. We zochten vaak onderdak en meestal mochten wij bij christenen die we kenden blijven slapen. We hadden geen geld, geen verzekering, eigenlijk niks, maar voelden ons gezegend door God. Eindelijk, na acht maanden illegaliteit, mochten we een tweede asielaanvraag doen. Dat deden we direct. Maar helaas. Na zes maanden kwam er weer een negatieve uitspraak van de IND. Ik snapte er niets meer van. Vaak heb ik God gevraagd: ‘Waarom, U hebt keer op keer door Jeremia 29:11 tot ons gesproken, dat U ons een hoopvolle toekomst wilt geven en nu krijgen wij weer een negatieve uitspraak?’ We wilden niet opnieuw illegaal worden en waren bang dit keer echt naar Iran teruggestuurd te worden. In die periode mochten wij gelukkig nog in een asielzoekerscentrum in Drenthe blijven en wachten op de uitspraak van de rechtbank. We hadden goede contacten met mensen uit de kerk in de buurt van het AZC. Er waren veel mensen die begrip hadden voor ons, luisterden naar ons verhaal en voor ons baden.

Maar u was anders, uw stralende ogen en uw glimlach gaven mij een warm gevoel van liefde en vertrouwen. U liep gebogen met een stok. Ik hoorde dat u 94 jaar oud was. Ik vond het heel knap van u dat u op die leeftijd nog steeds naar de kerk kwam. Ik wilde graag meer contact hebben met u, maar de taal beperkte ons beiden. Ik zag u een paar keer breien. Ik dacht: wat leuk, zij breit voor haar kleinkinderen. Maar dat was niet zo. U breide vaak met andere vrouwen uit de kerk: truien, sloven en mutsen voor arme kinderen in verschillende landen. Toen prees ik de liefdevolle God die binnen in u leefde en uw trillende handen en zwakke ogen de kracht gaf om zoiets te doen. Ik heb in mijn leven vaak gedroomd over mijn oma die ik nooit heb ontmoet, ik zou heel graag willen dat u mijn oma kon zijn. Het was zo fi jn om u ontmoet te hebben. Maar als asielzoeker leef je in onzekerheid en spanning en weet je niet wat er morgen met je gebeurt. Dus ik mocht niet dromen.

Na een paar maanden stonden we in de rechtbank. Daar hoorden we dat de rechter over één maand zou beslissen, maar het duurde bijna een jaar. Inmiddels werden wij verplaatst naar een ander asielzoekerscentrum. Dat was een zware tijd voor ons. Zonder Gods kracht en meeleven van andere christenen hadden we het niet kunnen dragen. Wij misten de kerk en de mensen met wie we anderhalf jaar contact hadden gehad heel erg. Daarnaast werden we vaak door de terugkeerdienst opgeroepen om Nederland vrijwillig te verlaten.

Op een van die zware dagen in maart 2012 kregen wij een mooi kaartje van u. U schreef ons dat wij, nadat u naar een verzorgingshuis zou gaan, in uw woning mochten wonen en uw spullen mochten gebruiken. En als wij ergens gebrek aan hadden, mochten we bij u komen. Daar werden we stil van. Uw woorden gaven ons meer hoop en vertrouwen op de Heer. Wij voelden Gods aanwezigheid sterker dan ooit in ons leven. U hebt ons nooit gevraagd waarom en hoe we hier zijn gekomen. Daarover hadden we genoeg gesproken bij de IND. Maar u liet ons Gods liefde proeven. U kende een andere taal om met vreemdelingen in contact te komen. Uw liefde voor de ander was uw taal.

Eind 2012 hoorden we dat de rechter een positieve beslissing had genomen. Wat waren we blij, al moesten we nog wachten op de laatste uitspraak van de IND. Dankzij en met God kregen wij eindelijk in februari 2013 onze verblijfsvergunning. Dat was een grote overwinning.

Een jaar na het ontvangen van onze verblijfsvergunning, kwamen we weer terug naar Drenthe. Ik zag u niet meer in de kerk. Ik vroeg naar u, maar hoorde helaas dat u overleden was. Ik was heel verdrietig, maar aan de andere kant was ik blij voor u omdat u bij de Heer was. Tijdens de herdenking van overledenen in onze kerk, heeft mijn man een kaars voor u aangestoken. Toen uw naam werd voorgelezen, zag ik u uw gezicht met uw glimlach en stralende ogen direct voor me. De onvoorwaardelijke liefde die u had, maakte u een heel bijzonder mens. Mijn man en ik en nog vele anderen zullen u nooit vergeten. Daarom zeg ik: “U leeft altijd in mijn gedachten, bedankt dat u de liefde van God aan mij hebt laten zien. Rust in vrede Geertruida (mevrouw Mulder) en tot ziens!”

Met veel respect en liefde, Nesrin Xanzadi

Nesrinxanzadi@maandbladreveil.nl

* Een driejarig Koerdisch jongetje dat met zijn broertje op de vlucht was. Helaas zijn ze onderweg verdronken en spoelden hun lichamen aan op het Turkse strand bij Bodrum.

** VluchtelingenWerk Nederland

Categorieën: Artikelen