Volwassen

We hielden een bezinningsmiddag over geloofsopvoeding. Natuurlijk was er een deskundige bij, een vrouwelijke hoogleraar. En om het allemaal iets minder saai te maken hadden we haar gevraagd een paar filmpjes mee te nemen met muziek en bijpassende beelden. Die gebruikten we als intermezzo in het programma. Er waren voor de hand liggende keuzes: Mama van Heintje Simons en School’s out van Pink Floyd. De liedjes volgden min of meer de periodes van een kinderleven naar volwassenheid.

Het laatste lied kwam van een lokale band. A heaven for a sinner like me, heette het nummer. Ik kende de band niet en vroeg de deskundige hoe ze erbij kwam. “De band is niet breed bekend, is ook niet echt goed, maar mijn zoon is de zanger.” Ah, ze had een Youtube-filmpje van haar zoon meegenomen. “Leuk”, zei ik, “waarom hebt u dít nummer gekozen?” “Mijn zoon zingt dit lied als hij een jaar of achttien is”, zei ze. “Hij bezingt een nacht met een geliefde. Terwijl hij de vrouw naast zich ziet liggen, vraagt hij zich af waaraan hij zoveel liefde heeft verdiend.”

“Vindt u dat uw geloofsopvoeding daarmee geslaagd is?”, vroeg ik onnozel verder.

Ik begon het wat gênant te vinden, maar besloot door te vragen: “Vindt u het dan niet vervelend dat hij op zo’n jonge leeftijd al met iemand in bed ligt?” vroeg ik. “Ik weet niet of hij werkelijk op die leeftijd de lakens met iemand gedeeld heeft”, zei ze, “of dat er sprake is van een droom. Ik vind het gewoon mooi dat hij de bijbelse taal gebruikt die ik hem geleerd heb om de situatie onder woorden te brengen. Hij heeft het over sinner en over heaven.”

“Vindt u dat uw geloofsopvoeding daarmee geslaagd is?”, vroeg ik onnozel verder. “Ook dat weet ik niet”, zei ze. En toen ze mijn teleurstelling zag, legde ze uit: “Toen hij zestien was, zeventien ook, was ik geneigd om alles voor mijn zoon in te vullen en wilde ik hem een kopie van mijzelf laten zijn. Pas later heb ik geleerd hem te accepteren zoals hij is en hem zijn eigen toepassingen te gunnen van wat ik hem leerde.” “Is dat gelukt?”, vroeg ik. “Ja”, zei ze, “want toen ik mijn zoon vertelde dat ik dit lied hier zou laten horen en me niet schaamde voor zijn groei naar volwassenheid draaide hij het om en zei: “Leuk, mam, dat jij inmiddels zelf ook volwassen geworden bent.”

Klaas van der Kamp
klaasvanderkamp@maandbladreveil.nl
De auteur is algemeen secretaris van de Raad van Kerken

Categorieën: Columns