De begrafenis van een homo

Een vriend van mij is dominee. Met zijn kerk gaat het niet zo goed. Uit het dorp waar hij dominee is, verhuizen veel mensen zonder dat er nieuwe gemeenteleden voor in de plaats komen. Bovendien is een groot gedeelte van de kerk ‘vergrijst’. Dan dunt na verloop van tijd de kerk ook flink uit.

De kerk en dus ook mijn vriend hebben het daardoor financieel niet erg gemakkelijk. Geldzorgen zijn daarom de belangrijkste reden dat hij ging ‘schnabbelen’. Hij heeft bijvoorbeeld met de begrafenisondernemer een deal gesloten dat hij uitvaartdiensten zal verzorgen die geen enkele andere dominee wil doen.

Geen opschepper

Mijn vriend is een goed mens. En zoals met veel goede mensen het geval is, heeft hij geen idee wat voor een fantastische impact hij op mensen heeft. Hij heeft simpelweg niet door dat hij veel mensen tot zegen is. Hij schept ook nooit op. Ook vertelt hij nooit uit zichzelf een mooi verhaal, terwijl hij wel veel mooie dingen meemaakt. Daarom vraag ik hem regelmatig of hij nog wat leuks of indrukwekkends heeft meegemaakt. Die verhalen kan ik dan mooi gebruiken in mijn eigen preken. Zelf doet hij dat toch nooit.

Een kerk vol met homo’s

Dus toen ik op een dag bij hem op bezoek was, vroeg ik hem: “Anthony, heb je nog een mooi verhaal?” “Nee”, was zijn antwoord. Ik geloofde er niks van en vroeg hem: “Nou, neem nu eens afgelopen dinsdag om – wat zullen we zeggen – elf uur ’s ochtends. Wat deed je toen?” “Oh, uhm, dinsdagmorgen?” Hij moest even nadenken, “toen belde de begrafenisondernemer mij al heel vroeg op. Of ik een paar uur later een uitvaart wilde verzorgen. Een uitvaart van een man die aan aids was gestorven. Geen enkele andere dominee wilde iets met deze begrafenis te maken hebben. Niet alleen omdat deze man gestorven was aan aids en dus misschien wel homo was, maar omdat ze bang waren om een kerk vol met homo’s te hebben.”

Dertig homo’s

“En, wat vond je daarvan?” vroeg ik nieuwsgierig, “heb je het gedaan?” “Ja”, vervolgde Anthony, “natuurlijk deed ik dat. Er kwamen zo’n dertig homoseksuele mannen opdagen. Dertig, verder helemaal niemand. Dus ik begon met de dienst, ik las uit de Bijbel, ik bad en ik preekte, maar geen van de dertig mannen keek mij ook maar één seconde aan. Ze zaten allemaal met gebogen hoofden in de kerkbanken. Toen de dienst afgelopen was, was het tijd om naar de begraafplaats te gaan. Tijd voor de teraardebestelling. De dertig mannen stonden aan de ene kant van het graf en ik stond aan de andere kant. We lieten de kist in het graf zakken. Ik las nog wat uit de Bijbel en bad uiteindelijk nog een gebed, het ‘Onze Vader’.

Psalm 23

De mannen leken wel standbeelden toen ik tot ze sprak. Ze leken als het ware bevroren. Na het ‘Onze Vader’ maakte ik aanstalten om te vertrekken, omdat dit normaal gesproken het einde van de begrafenis is en de meeste mensen dan wel uit zichzelf vertrekken. Maar geen van de mannen bewoog ook maar een spier. Ze bleven stokstijf staan. Ik draaide mij weer om en vroeg: “Kan ik nog iets voor jullie betekenen?” Eén man zei toen: “Ja, op begrafenissen wordt er toch ook nog wel eens Psalm 23 voorgelezen? Vindt u het een probleem om deze psalm met ons te lezen?” Natuurlijk niet. En dus las ik Psalm 23 voor.

Heilige Geest

Toen zei een andere man: “Er staat ergens in de Bijbel iets over de Heilige Geest van God die als een wind rond geblazen wordt en op iedereen landt. Is het te veel gevraagd om dát gedeelte óók nog voor te lezen?” Dus ik bladerde verder in mijn Bijbel naar Johannes 3. Ik las over de Heilige Geest, hoe hij rondging als de wind, maar dat we, net zoals met de wind het geval is, nooit precies kunnen weten waar die vandaan komt en waar die naar toe gaat.

De liefde van God

Toen zei een derde man: “Er is een Bijbeltekst die ik erg mooi vind. Die tekst gaat erover dat wij nooit gescheiden kunnen worden van de liefde van God. Weet u welk bijbelgedeelte ik bedoel?” “Ja natuurlijk”, antwoordde ik. Dus ik bladerde verder in mijn Bijbel tot ik bij Romeinen 8 aankwam en las: ‘Ik (Paulus) ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, engelen noch machten, noch heden, noch toekomst, hoogte noch diepte of wat dan ook ons zal kunnen scheiden van de liefde van God’.”
Bang voor veroordeling

“Niemand wilde deze uitvaart verzorgen, omdat ze bang waren om een kerk vol met homo’s te hebben.

Anthony stopte met zijn verhaal en ik was ondertussen ineen gekrompen. Deze mannen hunkerden blijkbaar naar een liefdevolle God en ze hadden op de begrafenis te horen gekregen dat niets… nee NIETS… hen zou kunnen scheiden van Gods liefde. Ze zouden echter nooit, of in elk geval bijna nooit, een voet in de kerk zetten om te horen van die liefde. Deze mannen waren bang om naar een kerk te gaan. Bang om veroordeeld en veracht te worden. Waarom? Omdat de kerk ze waarschijnlijk ook veroordeelt én veracht!

God sluit niemand buiten

Wanneer ik bovenstaand verhaal vertel, denken mensen nog weleens dat ik er erg vrije ideeën op na houdt. Niets is minder waar. Ik keur geen enkel gedrag goed dat in strijd is met Romeinen 1. Het enige wat ik duidelijk wil maken, is mijn afkeer van een kerk die niet van alle mensen houdt. Een afkeer van de praktijk dat sommige mensen, sommige groepen buitengesloten worden en zo dus ook van de liefde van God afgesneden worden… En dat terwijl de Bijbel ons erg duidelijk leert dat God wél van alle mensen houdt en dat ook altijd zal blijven doen.

Tony Campolo

Uit: Tony Campolo, Tell me a story. Vrij vertaald door Frank Wessels. Tony Campolo (1935) was hoogleraar sociologie aan de Eastern University in Pennsylvania. Hij schreef tal van boeken, was een veelgevraagd spreker en was geestelijk adviseur van de Amerikaanse president Bill Clinton. Tevens is hij oprichter van de EAPE (Evangelical Association for the Promotion of Education). Met zijn uitgesproken gevoel voor rechtvaardigheid werd hij door Amerikaanse evangelicals vaak als een linkse denker beschouwd.

 

Categorieën: Artikelen