De geest van een mens blijft een mysterie

Het blijft de ultieme uitdaging van wetenschappers om de zwarte doos van ons lichaam, het brein, te doorgronden. Herman van Praag, neurobioloog en auteur van het boek ‘God en psyche’ en Dick Swaab, psychiater en bekend van zijn boek ‘Wij zijn ons brein’ discussieerden erover tijdens het Jacobidebat in Utrecht. Thema: Identiteit, religie of ons brein. Wat bepaalt wie we zijn?

De kerk is afgeladen vol, laatkomers vangen bot. Het grote aantal bezoekers vertelt zonder woorden dat converseren over het brein een hippe aangelegenheid is gevonden. Het bezoek is divers, van studenten tot vijfenzestig-plussers, hier en daar een ambitieuze scholier. Martine van Veelen, programmadirecteur bij ForumC, heeft de leiding. Het onderwerp is bekend terrein voor haar: onlangs deed zij onderzoek naar de levensbeschouwing van hoogleraren in Nederland.

Hersenen zijn intermediair

Beide heren zetten hun opvattingen kort uiteen. Van Praag trapt af. “Denk erom, tien minuten,” waarschuwt Van Veelen. Wetenschappers eigen, dient Van Praag haar eigenzinnig van repliek: “Ik ben een ongehoorzaam mens, dan moet u mij maar tot de orde roepen.
Wij zijn niet ons brein, wij zijn boven alles onze geest, ons identiteitsbewustzijn. Ik stel ons leven graag voor als een doek. Als we ter wereld komen, is het leeg. Tijdens het leven vullen we het in. Streek voor streek. Kleur voor kleur. Dat resulteert in ons eigen schilderij. Met onze ambities, verwachtingen, teleurstellingen, enzovoort. Breinkennis levert maar bitter weinig geestkennis op. Het levert kennis over het instrumentarium op, maar niet over hoe u het schilderij heeft opgebouwd. Religiositeit is geen product van onze hersencellen. Veel mensen hebben, als ze eerlijk zijn, de behoefte om het leven een verticale dimensie te geven, dat is religiositeit. Religie is een levensbeschouwing, gebouwd op die religiositeit. Gestructureerd en soms helaas gedogmatiseerd. Voor een deel is religiositeit erfelijk bepaald, maar het heeft een psychologische fundering. We hebben behoefte aan een mentor en willen een toetssteen voor ons handelen. God is de ultieme raadsman en toetssteen.”

Volgens Van Praag zijn de hersenen niet de oorzaak van religiositeit. Hersenen werken op verschillende niveaus samen. “Stel je gaat naar het concertgebouw en vindt de muziek prachtig. Komt dat door je hersenen? Welnee, dat is de muziek zelf. De hersenen zijn intermediair, ze geven de schoonheid door, maar zijn niet de oorzaak. Het is interessant om te weten wat er precies gebeurde in Spinoza’s hersenen toen hij zijn meesterwerk Ethica op schreef. Maar veel interessanter is toch wat dat betekent voor ons? Wat wij daaraan hebben?”

Na-apen

Swaab weerspreekt dit en stelt het brein verantwoordelijk voor alles. Volgens hem is er een gen dat verantwoordelijk zou zijn voor de religiositeit. “Spiritualiteit is voor 50% genetisch bepaald, de rest wordt ingevuld door de plaats waar we toevallig ter wereld komen. Als je spirituele aanleg hebt en je komt ter wereld in een omgeving waar dit gestimuleerd wordt, is er een grote kans dat je religieus wordt.” Waarom we met zo velen religieus zijn, kan Swaab verklaren: “We vinden het wij-gevoel prettig, kinderen hebben de neiging hun ouders te gehoorzamen, mensen apen graag na, het geeft hulp, troost en rust, het is een stimulans van de voortplanting, maar helaas ook een legitimatie om ongelovigen te doden.” Hij illustreert dit met een foto van een Chinees jongetje knielend voor een boeddhistische tempel. Op de achtergrond kijken zijn ouders goedkeurend toe.

Aanmatigend

Swaab vervolgt: “95% van de Amerikanen gelooft, maar slechts 39% van de wetenschappers, 7% van de leden van de Amerikaanse Academie en minder dan 1% van de Nobelprijswinnaars. Onderzoek heeft uitgewezen dat er een negatieve lading is tussen intelligentie en religiositeit.” Van Praag breekt in: “Op basis van die 95% Amerikanen is atheïsme eigenlijk een afwijking! Veel intelligente mensen hebben behoefte aan religiositeit, maar schamen zich daarvoor. Spijtig, want religiositeit kan van grote waarde zijn voor de mens. Als iemand zegt dat de natuur hem niets doet, zeggen we: wat jammer, je mist echt iets. Hetzelfde geldt voor religiositeit. Swaab: “Dat vind ik aanmatigend. Er zijn genoeg mensen die hun leven zin geven op andere manieren.”

Pauze

“Wat is hun idee van vanavond, wat verwachten ze van ons, antwoorden? We hebben wel vaker wat georganiseerd, maar deze opkomst, dat is uiterst ongewoon.” “Heel bijzonder ja, het brein is kennelijk in.” Een onderonsje tussen de heren Van Praag en Swaab. In de pauze staan hun microfoontjes nog aan en als je het debat naluistert op internet, hoor je hun verbazing over de ruim 1000 debatbezoekers. Van Veelen verstoort het onderhoud en de discussie wordt voortgezet.

Mysterie

Stelling 1: wij zijn niet moreel verantwoordelijk voor onze daden. Van Praag: “Oneens. De mens is moreel verantwoordelijk voor wat hij doet. Al zijn er wel mensen die verminderd toerekeningsvatbaar zijn.” Swaab: “Eens. Psychopaten en gehandicapten hebben genetische gebreken, zij zijn niet verantwoordelijk voor hun daden. Dat wil niet zeggen dat je hen niet – effectief – moet bestraffen als zij zich niet aan de regels houden.” Van Praag: “Dat dit gedrag is vastgelegd in de genen, is onjuist. Het is mede bepaald door milieu en opvoeding en wat we er zelf van maken.” Swaab: “Aangeboren eigenschappen vormen je karakter. Daar kun je aan morrelen, maar de basis van de persoonlijkheid blijft. Het brein is geprogrammeerd, eigenschappen zijn ingesleten, dat is je basispersoonlijkheid.” Van Praag: “Liefde, haat, religieus besef, ze hebben een neurale component. Zijn ondenkbaar zonder de hersenen. Maar je kunt niet zeggen dat het hele mens-zijn biologisch bepaald is. Ik maak mezelf, niet het brein. Wie is die ik? De geest van de mens blijft een mysterie.”

Grote visionairen

Stelling 2: wanneer we hoog opgeleid zijn en dat tot norm verheffen, overschatten we het intellect ten koste van vele anderen.
Van Praag is het ermee eens. “Ik schat de kennis ook hoog, maar behalve mijn intellect kan ik geloven, dromen, fantaseren over dingen die niet meetbaar zijn, maar die wel veel steun geven. Dat heeft niets met weten te maken, dat is geloven. Ik vind dat een buitengewoon belangrijk element van het bestaan. Ik heb nooit begrepen dat mensen het bestaan van God wilden bewijzen, dan is het geen geloof meer.”
“Wát een slechte stelling,” roept Swaab. “Het heeft geen enkele zin om te discussiëren over de stelling of God bestaat of niet. Je bent vrij om te geloven of niet. Dat hangt niet samen met hoe je verder in het leven staat. Veel is niet te meten en te weten, al weten we wel steeds meer. Dingen die we vroeger aan God toeschreven, kunnen nu verklaard worden door de wetenschap.” Van Praag: “Geloven en weten gaan hand in hand. Die samenwerking bracht in het verleden de grote visionairen, kunstenaars en wetenschappers voort.” Swaab: “Er zijn gelovige wetenschappers die hebben geprobeerd om geloof en wetenschap te combineren, denk maar aan de hype van Intelligent Design. Dat is een dood spoor. De combinatie geloof en wetenschap is schadelijk. Je moet het gescheiden houden.”

Van Praag maakt de vergelijking met de Notre Dame in Parijs. “Die is gemaakt van stenen, maar de schoonheid is veel meer dan de stenen waaruit hij is opgebouwd. De bouwstenen zijn niet gelijk aan het bouwwerk. Onze geest is in staat iets heel esthetisch te maken uit die bouwstenen.”

Swaab: “En daar heb je een groot brein voor nodig.”

Van Praag: “Nee, daar heb je een grote geest voor nodig.”

Alinda van Ginkel
m.m.v. Dianne van Ginkel
reveilmeiden@maandbladreveil.nl

Categorieën: Geen categorie