Duvel op!

Hij is vast al heel oud. In onze tienerjaren zaten we steevast in de kerk als hij voorging. Naar deze dominee kon je luisteren zonder in slaap te vallen (vonden wij al heel wat). En je leerde ook nog eens wat. 2012 is nog vers, als deze voormalige zendingspredikant kwiek de kansel van onze dorpskerk bestijgt. “Onze hulp is in de naam van de HEERE…”, begint hij. We stoten elkaar aan: “Hij klinkt als Bassie!”

Bassie of niet, preken kan dominee Van Roest (72) uit Lunteren als de beste. Geboeid luisterden wij, Reveil­meiden, naar een inspirerend verhaal. Over Matteüs
4: 1-11 ging het, de verzoeking van Jezus in de woestijn. Zijn overdenking willen we u niet onthouden. Dus lieve lezer, ga er maar eens even voor zitten.

Geniepig

Kort voordat Jezus de woestijn in wordt geleid, is Hij gedoopt in de Jordaan. Dat moet een geweldige happening zijn geweest. De hemel ging open en er klonk een stem uit de hemel: “Deze is mijn Zoon, de geliefde…” Het kan bijna niet anders of dat heeft wat met Jezus gedaan. Misschien zat Hij wel even met zijn hoofd in de wolken. Herkenbaar. Een mens kan op de toppen van z’n geloof leven en prompt daarop terecht komen in een woestijn. Zo verging het Jezus ook. Veertig dagen bivakkeerde hij in een desolate, verlaten omgeving, zonder eten en drinken. Natuurlijk kreeg Hij honger na al dat vasten, want Hij was op en top mens. Fysiek zal hij dan ook niet op zijn sterkst zijn geweest. En precies op dat moment komt de duivel op de proppen. ‘Heb je honger? Verander dan deze stenen in broden. Je bent toch de zoon van God? Dat hebben we zojuist gehoord bij de Jordaan.’ Heel geniepig van de duivel.
En ook dit is herkenbaar voor ons. Als overtuigde en oprecht blije gelovigen horen we soms zomaar dat venijnige stemmetje in ons binnenste: ‘Weet je wel zeker dat je bij Hem hoort? Jij die zoveel verkeerde dingen doet? Weet je nog van laatst? Jij een echte christen? Geloof dat maar niet…’

Spottend

De duivel valt Jezus aan op zijn identiteit als zoon van God en daagt Hem uit zichzelf te bewijzen. Aan het eind van zijn leven, aan het kruis, klinken die spottende woorden opnieuw. ‘Als je de zoon van God bent, red jezelf dan van het kruis’. Maar Jezus laat zich niet verleiden, Hij houdt vast aan God en dient de duivel krachtig van repliek met een andere bijbeltekst.
Dat de duivel ook mensen verleidt, is niet verwonderlijk, want zelfs Jezus probeerde hij van zijn stuk te brengen. Waar de Heilige Geest is, is satan ook. Je kunt vol zijn van de Heilige Geest, terwijl de duivel je tegelijkertijd op de hielen zit. Jezus bezwijkt echter niet voor de verleiding, Hij komt als overwinnaar uit de strijd. Ook voor christenen geldt: we zijn meer dan overwinnaars. Al is er wel één kanttekening: de duivel is verslagen, maar hij zwaait nog venijnig met zijn staart. Daarom moeten we onze vijand kennen en bedacht zijn op zijn streken.

Israël

Jezus’ veertig dagen in de woestijn, doen ook denken aan het volk Israël. De Israëlieten moesten maar liefst veertig jaren in de woestijn ronddolen. En het was allemaal nog wel zo geweldig begonnen. God had duizenden Israëlieten uit Egypte bevrijd. Een euforisch moment. Maar wat volgde, was de woestijn. God stelde hen op de proef: water en brood waren niet voorhanden. Hoe zou het volk reageren? Met gemopper? Of met vertrouwen op God? De Heere wilde weten wat er in hun – en onze – harten leefde en leeft. Hij wil Zijn macht tonen.

Duivelse tactieken

In Matteüs 4 zien we de tactieken van de duivel en ook onze zwakke plekken worden pijnlijk zichtbaar. Denk niet te makkelijk over wat Jezus te verduren krijgt. Jezus geeft niet toe aan de duivel. Maar geeft de duivel zich gewonnen? Nee hoor, hij komt gewoon met een andere troef. ‘Spring van het tempeldak, de engelen zullen je wel opvangen’. Hij citeert hier vers 11 en 12 van Psalm 91. Maar als de duivel de Bijbel begint te citeren, wees dan maar op je hoede. In deze psalm gaat het namelijk om mensen die vluchten naar God, een schuilplaats vinden bij Hem. De context van deze psalm is niet van toepassing op de situatie waarin Jezus verkeert. Jezus trapt er dan ook niet in. Hij zal God niet verzoeken. Een algemenere les die we hieruit kunnen leren: pas op met het citeren van bijbelteksten. Pik er niet zomaar eentje uit, maar hou de teksten bij elkaar. Laat de Bijbel niet buikspreken.

Brutaal

Van Roest besluit zijn preek met een prachtig voorbeeld. Ooit kende hij een trouwe kerkganger, die iedere zondag onder zijn gehoor zat. Maar vroeg je hem of hij een kind van God was, dan volgde een moeizaam antwoord: “Dat kun je toch zo niet zeggen, dominee.” Jaren later kwamen ze elkaar weer tegen. De man was inmiddels de tachtig gepasseerd. Nu pas, op zijn vierentachtigste kon hij van harte zeggen dat hij een kind van God was en getuigde hij ervan dat Jezus zijn redder was. Toch ontkwam ook hij nog steeds niet aan duivelse verzoekingen, regelmatig overvielen hem aanvallen van twijfel. “Maar dominee”, liet hij weten, “’t klinkt misschien brutaal, maar ik heb tegen hem gezegd: ‘Duivel, duvel op! Ik hoor bij Jezus en heb niets met jou te maken.’
En de duivel liet hem gaan.

Categorieën: Geen categorie