een kippenhok in Enterbroek en Izak de Lange uit Rijssen

’t Zijn de Joden…! Altijd weer zijn het de Joden die de schuld krijgen. Waarvan? Overal van! Maakt niet uit: pest, honger, oorlog, het lag allemaal aan de Joden. Het maakt ook niet uit welk tijdperk je kiest, de Middeleeuwen, de Franse tijd, de Holocaust, door de eeuwen heen zijn de joden schuldig verklaard. Een verhaal over Jodenvervolging.

De Randstad krijgt vaak veel meer aandacht dan de regio. Nu is het een hachelijke zaak om rampen naast elkaar te zetten en dan te gaan vergelijken, maar toch: De Bijlmerramp en de vuurwerkramp in Enschede, Het Achterhuis in Amsterdam en het kippenhok in Enterbroek bewijzen dat duidelijk.

Verraad

In de publicatie ‘Enter 802’ is het volgende verhaal te vinden. Er werd in het Twentse dorp Enter een groot kippenhok verplaatst naar een stukje neutrale gemeentelijke grond, verscholen in de begroeiing, en daarin huisden elf mensen vanaf augustus 1942 tot 10 mei 1943. Elf mensen in een krappe ruimte, slecht geïsoleerd, de hele winter door. Wel met veel hulp van de noabers*. Totdat er verraad gepleegd werd. Vanaf een veilige afstand stond de verrader toe te kijken hoe de Duitsers met veel geweld de Joden weghaalden. Ze werden in Sobibor vergast op 23 mei 1943. De verrader werd kort daarop door het verzet doodgeschoten. Zijn dochter, die hij ter bescherming altijd meenam, dreigde de illegalen aan te brengen, schreeuwend dat zij hen wel herkend had. In paniek werd ze ook doodgeschoten. Een drama apart. De noabers die de Joden hulp hadden geboden, werden gearresteerd, zwaar geïntimideerd en mishandeld door de SD ofwel de Sicherheitsdienst (de Duitse inlichtingendienst) in Almelo en later gelukkig vrijgelaten.

Monument

En het heeft nog tot 1990 geduurd voor het schokkende verhaal van de Joden in Enter kundig opgetekend werd door de lokale historicus Johan Altena. Pas in 1995 werd op de bewuste plek een eenvoudig monument opgericht. Een drama, vol understatement gegraveerd in de zwarte gedenksteen, onthuld op 4 mei 1995.

Jaarlijks wordt voor de tv, volkomen terecht, breed uitgemeten hoe het de mensen in het Achterhuis verging. De helpers, zoals Miep Gies, kregen hun verdiende dank. Rondom Enterbroek blijft het echter doodstil. Hoewel: dag in dag uit, jaar in jaar uit staat er een vers bloemetje op de voet van de steen. Duidelijk een ‘lieu de mémoire’.

Mauthausen-razzia

Ook Enschede kreeg een ‘lieu de mémoire’, een gedenksteen in de Grote Kerk op de Markt, ter herinnering aan de minstens duizend Joden die hun redding te danken hadden aan ds. Overduin. Hij organiseerde een netwerk, dat de Joden liet onderduiken. Aanleiding was de Maut­hausen-razzia, waardoor ruim honderd Enschedese Joden binnen twee maanden vermoord werden in Mauthausen.

Verschrikkelijke waarheid

De oorlog woedt blijkbaar nog steeds. Telkens zijn er nieuwe verhalen, met steeds meer details, vanuit andere perspectieven belicht, over de stranden in Normandië (Antony Beevor, ‘D-Day’), de oprukkende legers richting Arnhem, ‘De Oorlog’ van Ad van Liempt (als boek en als televisieserie, een opfrisser na het voorwerk van Dr. L. de Jong), het Ardennen-offensief en de wedloop in Duitsland, op zoek naar de geheime wapens en wie weet atoombommen en de ontdekking van wat er in de kampen was gebeurd. En weer verhalen over enkele personen: ‘Een vrouw in Berlijn’, ‘De middagvrouw’ van Julia Franck, het lot van de familie Meijer, en ga zo maar door. Ook Duitsland leek wakker geschud te worden door een Duitse dramaserie over de Holocaust.

Vooral de films die één familie of één persoon belichtten, lieten ons pas goed beseffen wat er eigenlijk allemaal gebeurd was. Nooit zal ik het vraaggesprek vergeten dat ik samen met een collega had met Izak de Lange uit Rijssen, op een zaterdagmorgen, in de jaren ’70. Zijn toonloze stem, de handen die alsmaar over een gebedenboek van zijn tante streken, het verhaal over zijn gezin, dat in één klap gescheiden werd in het eerste kamp, de voortdurende vraag wat er met de anderen gebeurd was, de steeds erger wordende ellende, de typhus, de bevrijding, de onverschilligheid en de onbehouwen behandeling in Nederland bij terugkeer, de moeizame tocht naar Twente, in een legerauto, die per gratie dan wel wilde stoppen in Holten, waar hij uit de laadbak kon springen. “Maar toen kwam het ergste”, zei hij, “toen moest ik lopen naar Rijssen, en elke stap bracht mij dichter bij de waarheid: leven ze nog of leven ze niet meer?” Bij thuiskomst ontdekte hij dat iedereen omgebracht was. Zijn huis was inmiddels uitgewoond door onbekenden, die niet van plan waren direct te vertrekken. Een ambtenaar voegde hem toe: “Je moet niet denken dat jij de enige bent die wat heeft meegemaakt.”

Gerrit Kraa
gerritkraa@maandbladreveil.nl

Categorieën: Geen categorie