Oudejaarsloterij

Iedere decembermaand opnieuw bekruipt me dezelfde onzekerheid: moet ik meedoen met de Staatsloterij? Wat als onze straat de straatprijs wint en wij hebben niet meegedaan? Ik weet wel, de kans is minimaal. Maar er moet toch iemand zijn die hem wint?! Bovendien kun je met een groot geldbedrag een heleboel goede dingen doen. Daar kan toch niemand, inclusief God, tegen zijn?

Vorig jaar kreeg ik onverwachts een staatslot toegestuurd. Mijn fantasie sloeg onmiddellijk op hol: ik zou een bescheiden huis kopen, de studies van de kinderen betalen en ze een beetje op weg helpen. Het overgrote deel zou ik gebruiken om met microkredieten aan de slag te gaan. Een strak plan vond ik zelf en het was onvoorstelbaar dat God het niet met mij eens zou zijn. Tot mijn oprechte verbazing won ik helemaal niets.

Liefdevolle zegen

Veel christenen zijn mordicus tegen loterijen, anderen zien er geen kwaad in. Het Leger des Heils heeft eens een gift van
$ 1.000.000 geweigerd, omdat het afkomstig was van een loterij. Is het niet gewoon slim om geld uit de wereld te gebruiken voor het Koninkrijk van God?
Een echtpaar in onze kerk had € 3.000.000 gewonnen. Een deel van de kerkgangers veroordeelde dat, een ander deel gunde het hen van harte, want hij was ongeneeslijk ziek en nu kon zij wat gemakkelijker verder. Je zou denken: een liefdevolle zegen van de Vader. Blijkbaar ligt het toch wat minder simpel, maar hoe zit het dan wel? Om daar achter te komen heb ik een mailtje rondgestuurd met de volgende vraag: ‘Doe je mee of zou je meedoen aan een loterij? Waarom wel of niet en heeft God of de Bijbel daar iets mee te maken? Zo ja, wat dan?’
De antwoorden waren verrassend uiteenlopend.

Reacties

Er zijn enkelen die meedoen met een loterij:
‘Ik kan de gedachte niet verdragen dat onze straat een prijs wint en wij niet meegespeeld hebben.’
‘Ik waag een gokje voor het goede doel. Als ik er zelf ook wat van meepik, is dat meegenomen.’
‘Ik vind het leuk. Mijn vrouw zegt elke maand dat het zonde van het geld is en ik antwoord dan steevast: Voor dat geld krijg je nieuwe hoop, elke maand weer.’

Principiële tegenstanders reageerden ook:
‘Geld is voor mij een afgod, daar moet ik radicaal mee afrekenen. Ik doe daarom ook niet mee aan de voetbalpool op het werk. Als bijkomend voordeel levert dat vaak een gesprek over het geloof op.’
‘Loterijen spelen in op de hebzucht van mensen. De reclames laten een schijnwerkelijkheid zien, want het zijn altijd anderen die winnen.’
‘Christenen hebben geen loterij nodig, zij krijgen alles wat zij nodig hebben van hun hemelse Vader. Hun hoofdprijs is de eeuwige heerlijkheid.’

Het merendeel deed niet mee, maar was ook niet tegen:
‘Ik verdien het geld liever op mijn eigen creatieve manier, dat geeft een veel beter gevoel.’
‘Met een lot koop je een prettige spanning. Dat doe je ook als je naar de film of een pretpark gaat. Je moet er niet te vroom over doen.’
‘Misschien is een lot kopen wel de mammon dienen, maar dan zijn verzekeringen dat ook.’
‘Veel mensen doen mee vanwege de goede doelen. Ik geloof ze niet, volgens mij doet 98% ten diepste mee voor zichzelf, de overige 2% denkt er niet over na.’
‘De loterij steunt goede doelen, maar haalt goedbedoelende mensen het geld uit de portemonnee.’
‘Je kunt dat geld beter op een spaarrekening zetten en er rente over vangen.’
Bij de grote loterijen worden de goede doelen over het algemeen beschouwd als drogreden. Niemand maakt bezwaar tegen loterijen voor plaatselijke verenigingen, zoals de voetbalvereniging of het kerkkoor. Deze loterijen kennen veel bescheidener prijzen die meestal gratis ter beschikking zijn gesteld door de plaatselijke middenstanders. Het geld komt vrijwel volledig bij het goede doel terecht.

De Bijbel

In de Bijbel werd het lot gebruikt om praktische zaken te regelen. Zo kreeg elke stam van Israël een bepaald gebied toegewezen om te bewonen. In de tempeldienst werd via loting bepaald welke familie de zangers voor de eredienst moest leveren of welke stam het brandhout voor de offers. In Lucas 1 staat dat Zacharias ‘door het lot werd aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer’. Bij hem verscheen de engel om de geboorte van zijn zoon, Johannes de Doper, aan te kondigen. Op Grote Verzoendag werd geloot welke bok als reinigingsoffer voor de Heer bestemd was en welke bok als zondebok de woestijn in werd gestuurd. In het Nieuwe Testament werd door de discipelen geloot tussen de twee kandidaten om de plek van Judas in te nemen. De enige keer dat in de Bijbel het lot werd gebruikt om iets te winnen, was tijdens de kruisiging van Christus: soldaten dobbelden om zijn onderkleed, omdat het te mooi was om in stukken te scheuren. Geen positieve gebeurtenis, maar ook geen duidelijke afkeuring van het gokken.

Bezwaren

De belangrijkste bezwaren op een rijtje:
• Loterijen vergroten de hebzucht, in de christelijke traditie wordt dit gezien als de belangrijkste bron van zonde.
• Loterijen werken gokverslaving in de hand. De mammon komt in de plaats van God.
• Het gewonnen geld is niet verkregen door ervoor te werken. Lui zijn wordt in de Bijbel afgekeurd.
• Met het winnen van een groot bedrag, overstijg je je eigen, door God gegeven maat.

Mijns inziens zijn dit afgeleide bezwaren. Meedoen betekent niet automatisch dat je hebzuchtig en gokverslaafd bent. Door het winnen van een grote prijs hoef je niet lui te worden. Het zijn valkuilen waar je gemakkelijker in tuimelt door mee te doen en te winnen. Het overstijgen van je eigen maat, vind ik een zwaarwegender argument. In de praktijk is gebleken dat een grote prijs winnen je leven op zijn kop zet. Je verliest vrienden, krijgt er mensen die iets van je willen voor in de plaats. Na het winnen ben je een poosje heel gelukkig, maar niemand blijft dat permanent. Veel mensen gaan privé en/of financieel ten onder, soms zelfs met suïcidale afloop. Tegenwoordig worden daarom coaches ingezet om prijswinnaars te begeleiden.
Maar is je eigen maat door God gegeven? Hier in Nederland is dat misschien te geloven, maar wat als je in Afrika woont en dagelijks met honger te maken hebt? Als je vanuit je achterstandswijk een prachtige carrière maakt of een loterij wint, verhoog je in beide gevallen je eigen maat. Het eerste vinden we geweldig, het andere dubieus?

Brood

Op een avond werd er aangebeld. ‘Ben ik hier bij de familie Van Aarden?’ Er stond een opgewekte man voor me met een luxe krentenbrood van de warme bakker. We hadden de 31-ste prijs gewonnen van de loterij van de voetbalvereniging. Ik was het jongetje aan de deur, zijn voetbal en het lot al lang vergeten. Een leuke verrassing.
We hebben een kleine week genoten van het brood. De gedachte dat we het gewonnen hadden, gaf me een plezierig, warm gevoel. Ik betwijfel of een grote prijs van de Staatsloterij mij hetzelfde gevoel zou geven, iets wat ik overigens graag zou uitproberen!

Sophie van Aarden
sophievanaarden@maandbladreveil.nl

Categorieën: Geen categorie