Religie – ongeschikt voor ego’s

In de middeleeuwen was het aardse bestaan doortrokken van het christelijk geloof en van mystiek. Het was niet alleen een wereld van religie, maar ook van offers.

Jonge mannen en vrouwen, in de bloei van hun bestaan, gingen het klooster in om God te dienen. Zij zagen af van de romantische liefde en brachten hun dagen door in soberheid en aanbidding. Flagellanten trokken door het land, zichzelf tot bloedens toe geselend om Gods genade af te smeken. Want misschien, als zij openlijk boete zouden doen voor de zonden van het volk, zou de rondwarende pest van de huizen wijken.

Rationalisme
Langzaam maar zeker onttoverden de Verlichting en het daarop volgende Rationalisme de wereld. Men wilde alles met het verstand kunnen benaderen. En steeds meer werd de werkelijkheid gereduceerd tot het zichtbare en het bewijsbare. Al in 1696 kwam de rationalistische Britse filosoof John Toland met een boek dat de Bijbel ter discussie stelde. In ‘Christianity Not Mysterious’ schreef hij waarom de Bijbel volgens hem gedeeltelijk vervalst was en de kerk met drogredenen het volk misleidde.
Alhoewel de meeste mensen tot aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw nog keurig naar de kerk gingen, zou daar snel verandering in komen. In de jaren zestig kwam de ‘God is dood’ theologie op. God werd steeds meer teruggebracht tot ‘datgene wat gebeurt tussen mensen’.

Herbetovering
Een god die zijn persoonlijkheid is kwijtgeraakt door een proces te worden, vergt geen offers. En juist dat maakte die god voor veel mensen zo aantrekkelijk. Zij konden nog wel deel blijven uitmaken van hun kerkelijke traditie, maar daarbij was God nog slechts in naam aanwezig. In werkelijkheid stond de mens met al zijn noden en behoeften centraal.
Ruim veertig jaar later is duidelijk geworden dat ook het rationalisme haar offers heeft gevergd. De ontmythologisering van de wereld heeft wat al te radicaal en ingrijpend plaatsgevonden. Kerken zijn leeggelopen, jongeren zijn volstrekt seculier opgegroeid en mensen leiden een functioneel leven, zonder enig kader van zingeving. Naarstig is men weer op zoek gegaan naar vormen om het verlies te compenseren en de onttoverde wereld weer enigszins te herbetoveren. De opkomst van postmoderne kunst en de populariteit van fantasy, Harry Potter en Lord of the Rings zijn uitingen van een nieuw verlangen naar mystiek en onzichtbare werelden.

Rust en vrede
De laatste decennia is er een ware zingevingsupermarkt ontstaan. Managers doen aan meditatietrainingen, jonge ouders aan mindfulness en kleuters aan kinderyoga. De Boeddhabeelden zijn niet aan te slepen. Zelfs kantorencomplexen doen het met een vleugje ‘zen’. Vermoeide tweeverdieners volgen ’s avonds vanaf hun loungebank Oprah Winfrey, Char of de babyfluisteraar. Het maakt niet uit wat de bron is. Zolang het maar rust en vrede kan schenken.

Recht op alles
De boodschap van de moderne spiritualiteit is die van het ‘ik’. Het is de universele kerk van de feel good religion. Jij kiest wat goed voelt. Dat geldt in toenemende mate ook voor christenen. Steeds vaker gaan we naar de kerk omdat het daar goed voelt. En mocht dat eens niet zo zijn, dan is een andere zo gevonden. Ook kerken gaan naarstig op zoek naar nieuwe manieren om hun lege stoelen weer opgevuld te krijgen. De dominee, die zich vroeger kon laten voorstaan op zijn autoriteit, moet steeds vaker op zijn woorden letten. Als hij al niet wordt gemaild met kritiek op de preek, wordt hij wel in een oogwenk ontvolgd op Twitter.
In een wereld waarin alles draait om een goed gevoel en ‘omdat je het waard bent’, lijkt het brengen van offers volkomen achterhaald. Want waarom zou het geloof je iets kosten, als je recht hebt op alles?

Groot offer
De hedendaagse mens is dus op zoek naar rust en vrede. Tweeduizend jaar geleden stond er al een man op die claimde de enige weg te zijn tot ware rust en vrede. Hij beweerde zelfs de weg, de waarheid en het leven te zijn. Vanwege die uitspraken werd hij gevangen genomen en vermoord. Het was Jezus.
Ook in onze tijd zou Hij zichzelf niet populair hebben gemaakt. Want zeggen dat je de Zoon van God bent, de weg de waarheid en het leven, dat dóe je niet. Veel mensen zouden je van een zwaar opgeblazen ego verdenken. Of zelfs van gestoordheid of narcisme. Maar ondanks alle tegenstand bond Jezus niet in. Hij bleef verkondigen waar Hij voor stond. En betaalde daarvoor met een enorm offer.
‘Dat is nu ware religie’, zou Mahatma Ghandi zeggen. Aan ware spiritualiteit, zo geloofde Ghandi, hangt een prijskaartje. Vandaar dat hij religie zonder offers tot één van zijn sociale zonden rekende.
Dwars door het Oude Testament heen zien we dat offers steeds weer een vast onderdeel vormen van de eredienst aan God. Dat gaat zelfs zover dat Abraham bereid is om zijn zoon te offeren. Offers zijn een zoenmiddel, dat de zonden van mensen wegwast en hen weer rein tegenover de Eeuwige laat staan. De gedachte daarachter is zowel die van de eigen ontoereikendheid als mens, als het verlangen om God te dienen.
Dit verandert pas in het Nieuwe Testament, als Jezus zijn laatste ademtocht uitblaast aan het kruis. Waar alle eerdere offers ontoereikend bleken – want de mens vertoonde de hardnekkige neiging om zichzelf daarna altijd weer opnieuw te bevuilen – was er nu een volmaakt offer gebracht.

Ongeschikt voor ego’s
Daarmee lijkt het alsof alle andere offers in één klap overbodig zijn geworden. En we dus alle reden hebben om te kiezen voor wat goed voelt. Maar volgens Mahatma Ghandi is religie zonder offers geen ware religie. Geloof is niet zomaar iets wat je er even bij doet. De boodschap van Jezus is bij uitstek ongeschikt voor een vetgemest ego bovenaan ons prioriteitenlijstje. Integendeel: het houdt je een spiegel voor, zet je in beweging en verandert je hart.

Kelly van Nimwegen
Kellyvannimwegen@maandbladreveil.nl

Categorieën: Geen categorie