Tussen de vodden net als Jezus

Zijn oma vroeg ‘m eens of hij niet een normale baan kon nemen. Maar nee, Gabriël Anthonio koos voor werken onder tbs’ers en jeugdige delinquenten. Hij kan er aanstekelijk over vertellen.

Tegenwoordig houdt Gabriël Anthonio (1963) zich bezig met leiderschaps- en ontwikkelingsvragen bij Galant Groep, maar eerder werkte hij vele jaren in de Van Mesdagkliniek en bij Jeugdhulp Friesland.

Vodden

Gabriël groeide op in een Nederlands-Indisch kunstenaarsgezin in Drenthe en was in zijn jeugd een actief vechtsporter. Hij studeerde sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is getrouwd met Radha. Hun zoon Mahil (24) is ernstig autistisch, heeft het verstandelijk niveau van een kind van twee. Mahil werkt op een zorgboerderij. Dochter Talitha woont in Stuttgart en doet promotieonderzoek naar (mis-)communicatie tussen mensen; hierover publiceert zij regelmatig.

 

Neem een proefabonnement

 

Onder tbs’ers

In 1997 werd hij aangesteld als directeur van Forensisch Psychiatrisch Ziekenhuis Van Mesdagkliniek te Groningen. “Daar begon ik in een periode van zware crisis. Er waren net twee tbs’ers ontsnapt. Er werden Kamervragen gesteld en er waren vermoedens van seksuele relaties tussen gedetineerden en personeel. Mijn lieve oma vond dat werk maar niks. ’Kun je niet een gewone baan nemen?’ vroeg ze. ‘Maar oma’, zei ik: ’Jezus kwam ook altijd op plaatsen waar gedoe was. Dat wil ik ook. Ik wil tussen de vodden zitten, net als Jezus’.”

Open deur

In zijn kantoor, midden in het gebouw, stond de deur altijd open, iedereen kon vrij in en uit lopen. “Dat was nogal wat, want mijn voorganger, professor Van Marle, werd daar niet ver vandaan gegijzeld. Ik zei tegen de tbs’ers: ‘Laten we het volgende afspreken. Ik doe de deur open, maar dan moeten jullie mij niet gijzelen.’ Ik wees daarbij op mijn hart. In de kliniek drong ik aan op behandeling en niet op louter beheersing van problemen. Niet focussen op verwording, maar de mens in de mens aanspreken.” Het was een verrassende aanpak, waarbij tbs-gestelden bijvoorbeeld aan kunstprojecten mochten werken. Ook vrijwilligers uit kerken hielpen actief mee. “Uiteindelijk nam het aantal tbs’ers dat in herhaling viel drastisch af. Jaren na mijn vertrek is het percentage recidive nog steeds relatief laag.”

Hendrik en Mahil

Gabriël onderhoudt nog steeds contact met enkele ex-tbs’ers. “Eén van hen – laten we hem ’Hendrik’ noemen – was lid van de cliëntenraad. Hij werd in zijn leven extreem vaak afgewezen, eerst door zijn ouders en later in diverse relaties. Toen hij pas uit de kliniek was ontslagen, belde hij me en zei: ‘Vergeef me, maar ik ga iets heel ergs doen.’ Ik zei: ‘Kun je het uitstellen, dan kom ik naar je toe.’ Daarna ging ik met mijn zoon naar hem toe. Hendrik zei: ’Ik weet dat jij religieus bent. Ik zou alles wat verkeerd is van me af willen wassen. Zou Jezus nog van me houden?’ Mahil hoorde het woord Jezus en vouwde zijn handen. Hij wilde bidden, maar omdat hij niet kan praten communiceert hij in gebarentaal, door mensen aan te kijken en hun handen aan te raken. Nadat Mahil en ik waren vertrokken, lag Hendrik de hele dag op bed, vertelde hij later. Toen hij wakker werd, waren zijn boosheid en haat verdwenen. Het gaat goed met hem. Mahil en ik bezoeken hem regelmatig. Hij heeft onlangs bij de kringloop een Christusbeeld gekocht, een kunstwerk dat hij aan een kerk wil schenken. Voor hem was ik eerst alleen de directeur van de kliniek, toen een vriend en door Jezus Christus zijn we broers geworden. We bellen elke week, bidden samen en lezen uit de Bijbel. Op de sportschool spreekt Hendrik anderen vermanend toe als ze vloeken. Dat doet hij dan wel op zijn eigen rauwe manier: ‘Je beledigt mijn Vader, hou daarmee op, anders… word ik echt boos’.”

Reflex

Na acht jaar Van Mesdagkliniek begon Gabriël bij Jeugdhulp Friesland. “Ook daar was gedoe. De organisatie verkeerde in een crisis. Eén van mijn eerste wapenfeiten was de oprichting van een kliniek voor kinderen die niet in de gevangenis thuishoren. De aanleiding was een meisje dat zich in de jeugdgevangenis erg vernederd had gevoeld. Ze was gefouilleerd, waarbij ook haar lichaamsopeningen waren onderzocht. En dat terwijl het meisje thuis was mishandeld en seksueel misbruikt. In haar verhaal hoorde ik de noodkreet van een kind. Mijn eerste reflex was: ik kan niets aan deze situatie doen. Maar toch vond ik een oplossing: met steun van onder meer Provinciale Staten van Friesland kochten we een oud hotel. Dat werd een kliniek voor jongeren zoals dat meisje. Met haar heb ik trouwens ook nog steeds contact. Na de behandeling kreeg ze werk in een restaurant. Soms ga ik daar eten, dan knikken we elkaar toe en weten we dat het goed zit.”

Ontmythologiseren

In 2015, na negen jaar jeugdhulpverlening, trad Gabriël aan als bestuurder van Verslavingszorg Noord Nederland. “Daar lag een reorganisatieplan klaar en er zouden ontslagen vallen. Ik ben meteen begonnen met het schrijven van een nieuw plan en vroeg de medewerkers te helpen. Zij stelden voor dat ze allemaal per week 1 uur loon wilden inleveren. Zelf deed ik dat als eerste, want je eigen voorbeeldgedrag is uitermate belangrijk bij leiderschap. Als leider moet je je kwetsbaar durven opstellen. Wat ik deed, was mijn eigen leiderschap ontmythologiseren. Wel kreeg ik meteen de vakbonden op mijn nek, maar omdat iedereen vrijwillig inleverde, konden die geen actie ondernemen. Uiteindelijk werd er niemand ontslagen. Het is essentieel dat beslissingen samen worden genomen, al moet er wel iemand eindverantwoordelijk zijn. Iedereen meekrijgen lukt niet altijd. Dat hoeft ook niet. Je hebt kritische mensen absoluut nodig, want dwarsliggers houden je scherp.”

Geloof

Kun je op je werk iets kwijt over je geloof? “Ik ben vrij open over mijn geloof. Mensen komen makkelijk binnen voor een gesprekje, ook over hogere dingen. Overigens heb ik vrijwel altijd in algemene instellingen gewerkt. Daar voel ik me het beste thuis, al ben ik in de christelijke hulpverlening begonnen. Jezus begaf zich ook onder allerlei mensen in de samenleving.”

Spijtig

Als je terugkijkt, heb je dan ergens spijt van? Wat zou je anders nu doen? “Toen ik nog in de verslavingszorg werkte, kregen de jongeren weleens een sigaretje aangeboden om hen kalm te houden. Dat zou ik nu nooit meer doen. Er sterven per jaar 20.000 mensen aan roken. Om dat ‘goed’ te maken ben ik later ambassadeur geworden van de rookvrije beweging binnen de verslavingszorg. Verder is de jeugdhulp van het Rijk naar de gemeenten overgeheveld. Dat had nooit moeten gebeuren. Achteraf had ik me daar veel sterker tegen moeten verzetten.”

Vat de rode draad in je leven tot nu toe eens samen? “Bij alles wat ik heb gedaan, kon ik altijd bijdragen aan herstel, welke functie ik ook had. Dat is ook de inzet van het Evangelie, dat God mensen en relaties wil herstellen. Hij wil slavernij opheffen en vernedering tenietdoen, de mens is bedoeld om rechtop te lopen. Ik geloof dat ik vanuit de genade van God hieraan mag bijdragen. Dat geeft mijn leven zin.”

 

Leo Polhuys

 

Neem een proefabonnement

 

 

Categorieën: Geen categorie