Waar blijft de tijd?

Waar blijft de tijd? Met deze vraag zijn oneindig veel verzuchtingen verbonden.

Is de dag nu al voorbij?
Waarom zitten er niet meer uren in een dag?
Ik heb zo veel te doen!
Wie worstelt niet met dit soort vragen? Ik wel! Ik woon en werk in L’abri, een studie-/leefgemeenschap waar we mensen ontvangen, die tijdelijk verdieping zoeken voor hun geloofsleven. Met alle werkzaamheden die dat met zich meebrengt, is de dag snel voorbij. Daarnaast hebben mijn vrouw en ik vier prachtige kinderen, allemaal nog onder de tien. Soms zijn wij om half elf ’s avonds de laatste was aan het ophangen en de laatste speelgoedjes aan het opruimen, en dan lezen we in elkaars ogen: waar blijft de tijd? Wanneer is er tijd om het raam in de keuken te repareren? Om onze e-mails te beantwoorden? Om met elkaar te praten? Om voor God samen te komen, te danken, te bidden en te luisteren?

Angst
Het gaat volgens mij niet in eerste instantie om een nieuwe indeling van je dag of week, of om het leren maken van keuzes. Altijd meer willen doen, multi-tasken, geen moment verloren laten gaan, het levert vaak alleen maar meer stress op. We willen altijd nóg meer doen. De houding – of beter gezegd: de angst die erachter ligt – daar draait het om. Hoe kunnen we Gods woord daarbij op een bevrijdende manier leren horen en vasthouden.

We beginnen bij Psalm 31:2-17, vooral vers 16: ‘Mijn tijden zijn in Uw hand’. Net als David hebben ook wij vijanden, en wel voornamelijk in ons eigen hoofd en hart. We leggen onszelf bepaalde eisen op. Maar die zijn verbonden met een leugen: Je faalt als je het niet haalt. Aan welke hoge eisen moeten we denken?
– Vandaag moet ik dat ideaal bereiken
– Vandaag moet ik dat grote verlangen vervullen
– Vandaag moet ik resultaat zien
– Vandaag moet ik dit zien op te lossen

De leugens waar deze eisen mee verbonden zijn, is, dat je mislukt bent en dat je te veroordelen bent als het allemaal niet lukt vandaag. En dat je dus niet rustig, gelukkig, vredig en gezond in het leven kunt staan! Deze grote leugens zijn de aanvallers, die klagen ons aan. Net als in de Psalm van David komen ze fluisteren en spotten. Ze willen ons pijn doen en ze willen ons laten wegkijken van Gods waarheid. Ze willen dat we alles in eigen kracht aanpakken. Ze willen dat we te veel van onszelf en anderen verwachten. Dat we zelf zorgen voor voldoening en vrede. Maar God heeft iets anders gezegd en beloofd.

Bevrijding
In Psalm 139:6 staat: ‘De kennis is mij te wonderbaar, zij is te hoog, ik kan er niet bij’. Dat betekent dat ik niet zelf verantwoordelijk ben voor het overzicht van mijn leven. En ook dat ik God mag vragen om mij te helpen in te zien waar ik verkeerd zit, welke verkeerde angsten of verwachtingen ik heb, en om mij te leren op de eeuwige weg te lopen. Het is niet erg als ik geen idee heb hoe iets voor elkaar moet komen. Overzicht hebben is geen voorwaarde voor innerlijke rust, maar de zekerheid dat mijn waarde niet afhangt van mijn prestaties. En ook al heb ik niet de garantie dat het allemaal – op mijn manier – goed komt: ik raak nooit van Gods hand los.
Beslissing
Als ik naar de onvolmaaktheid in de wereld en mijn leven kijk, zijn er twee mogelijkheden. Vergelijk Prediker 2:20 (Statenvertaling): ‘Daarom keerde ik mij om, om mijn hart te doen wanhopen over al den arbeid, dien ik bearbeid heb onder de zon’ met vers 24: ‘Is het dan niet goed voor den mens, dat hij ete en drinke, en dat hij zijn ziel het goede doe genieten in zijn arbeid? Ik heb ook gezien, dat zulks van de hand Gods is’.
In deze vertaling komt goed uit dat het gaat om een actieve beslissing. Salomo was eindeloos rijk en wijs, hij had alles tot zijn beschikking als koning. En toch: wanhoop.
Ik kan mij omkeren en mijn hart doen wanhopen, of ik kan mijn ziel het goede in mijn arbeid laten zien. Dat is geen positief denken of heilige hersenspoeling. Het is met Gods hulp de nadruk leggen op wat goed is en daarop bouwen, met geduld en in vrijheid. Het hoeft niet klaar, perfect en foutloos te zijn om goed genoemd te worden.

De boer
In Marcus 4: 26-29 staat een gelijkenis die hier bij past. ‘En Hij zeide: Alzo is het Koninkrijk Gods, gelijk of een mens het zaad in de aarde wierp; en voorts sliep, en opstond, nacht en dag; en het zaad uitsproot en lang werd, dat hij zelf niet wist, hoe. Want de aarde brengt van zelve vruchten voort: eerst het kruid, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar. En als de vrucht zich voordoet, terstond zendt hij de sikkel daarin, omdat de oogst daar is.’
De boer weet niet hoe het ontkiemen en het groeien gaat. Hij volgt en waardeert wel iedere stap in de trage ontwikkeling van de plant: eerst de halm, dan de aar, dan het graan. Bepaalde dingen vallen niet onder zijn verantwoordelijkheid. Hij doet wat hij kan en laat zijn werk dan los. Hij slaapt. Daarmee is hij een voorbeeld van hoe iemand met geduld de onvolmaakte maar goede stappen in zijn leven waardeert en tegelijk de verantwoordelijkheid loslaat die niet bij hem past.

Rust
Dat ik bevrijd word, niet alleen van een goddelijke verantwoordelijkheid om mijn leven goed te maken, maar ook van vijanden die mij tot onware conclusies willen verleiden, brengt rust in mijn leven. Ik mag beslissen om de goede dingen in mijn leven te zoeken en dankbaar te zijn dat God ze aan me geeft. Ik mag mijn taken doen, onvolmaakt maar goed, en gaan slapen.
En met deze houding ontdekt de één misschien dat hij of zij meer discipline moet aanbrengen; meer structuur, grenzen en focus. En voor de ander betekent het dat er meer flexibiliteit en vrijheid nodig is; leren relativeren, open en geduldig zijn. Deze afwegingen komen niet tot stand in een gehaaste zoektocht naar een perfect leven. Ze zijn de vrucht van de relatie die de bevrijde en vastbesloten boer met God heeft.

Lezing: Robb Ludwick
Bewerking: Katrien Ruitenburg
katrienruitenburg@maandbladreveil.nl

Categorieën: Geen categorie