Atheïst wordt christelijke bestseller-auteur

Het is ruim 50 jaar geleden dat C.S. Lewis stierf. Wat heeft zijn werk betekend?

Het overlijden van zijn moeder was misschien wel het meest beslissende moment in het leven van C.S. Lewis (Clive Staples Lewis). Hij was nog maar tien en verloor zich in de boeken die zijn moeder hem altijd voorlas. Een maand later stuurde vader Lewis vanuit Belfast zijn twee zoons, Warnie en Clive (die zichzelf Jack noemde) naar een Engelse kostschool. Ze werden er op zichzelf teruggeworpen. Jack ontwikkelde een cocon om zich heen van hardheid en stoerheid. Lezen en schrijven werd zijn manier van overleven. Het redde hem ook toen hij voor zijn toelatingsexamen voor Oxford bijna struikelde over wiskunde.
Oxford werd zijn natuurlijke habitat. Hij studeerde er onder andere klassieke letterkunde aan het University College en werd er docent Engels aan Magdalen College. In de velden van het nabijgelegen Headington kocht hij een huis voor de weekenden en vakanties.
Voor de Noord-Ierse familie Lewis was kerkgang vooral een politieke daad: je liet zien dat je niet katholiek was. Het overlijden van zijn moeder trok een zware wissel op het geloof van de jonge Jack. Een God die zoiets deed moest òf wreed òf niet meer dan een vage abstractie zijn. Hij werd overtuigd atheïst. Maar tijdens zijn studiejaren begon hij vraagtekens te zetten bij zijn materialistische overtuiging. Vriendschappen met christen-studenten en het lezen van boeken van G.K. Chesterton en anderen waren hiervoor verantwoordelijk. Zijn uiteindelijke bekering tot het christelijk geloof zag hij achteraf als een ‘langzaam maar zekere genezing van een oude diepgewortelde geestelijke malaise’. In ‘Verrast door vreugde’ vertelt hij over een motortochtje: ‘Toen we vertrokken geloofde ik niet dat Jezus Christus de Zoon van God is, en toen we bij de dierentuin kwamen wel. Het was meer zoals wanneer je na een lange slaap nog bewegingloos in bed ligt en dan tot het besef komt dat je wakker bent.’
Bij zijn bekering lijkt ook de schrijver in C.S. Lewis tot leven gewekt. Hij schreef sindsdien vele boeken, waaronder de beroemde Narnia-reeks en veel apologetisch werk en groeide uit tot radiopersoonlijkheid bij de BBC.

Arie Kok
ariekok@maandbladreveil.nl


Antwoorden

Toen ik Engelse letteren studeerde, ging ik een zomermaand als au pair naar Engeland. Naast mijn bed vond ik een fascinerend boek over het probleem van het lijden. En in een voetnoot kwam ik zomaar het woord Narnia tegen. Meteen ging er een deur open: Narnia! Dat land uit die kinderboeken van vroeger.
Ik was buitenkerkelijk grootgebracht, maar er was een kinderbijbel in huis, en er waren ooit Narnia-boeken uit de leeszaal. Als kind herkende ik de thema’s niet, maar ze gingen deel uitmaken van een vrije bron van ideeën die als zaad in mijn leven achterbleven. Ze wekten een diep verlangen naar een heerlijke wereld, gevaarlijk en prachtig, waar aan het eind alles goed komt.
En nu bleek dat die schrijver over het lijden ook de bedenker was van Narnia. C.S. Lewis, een naam om te onthouden. Terug in Nederland ontdekte ik nog veel meer titels.
Ik was als tiener bewust christen geworden, maar had heel veel vragen. Telkens als ik weer een nieuw boek van Lewis had ontdekt, merkte ik dat er ook antwoorden waren. Soms zelfs op vragen die ik meedroeg zonder dat te beseffen.
Tenslotte bleek hij óók nog op mijn vakgebied een autoriteit te zijn die volledig meetelde in de academische wereld. Dat gaf steun, want het klimaat aan de universiteit in de jaren ’70 was nu niet direct bevorderlijk voor het christelijk geloof. Velen van ons hebben in die tijd veel aan Lewis gehad – en dat gaat nooit over.

Henriët Ferguson
Henriët Ferguson vertaalde diverse boeken van Lewis.


Eigen parochie

In een Engelse recensie van de nieuwe Lewis-biografie van Alister McGrath las ik: “Nowadays Lewis’ theological works preach mainly to the converted”. C.S. Lewis zou als schrijver over het christelijk geloof bijna alleen (nog) maar voor eigen parochie preken. Ik hoor zulke dingen wel vaker zeggen. Er is vast iets op af te dingen. Sommige van die ‘bekeerden’ (converted) zijn juist door Lewis bekeerd, en zeker niet altijd omdat ze al een eind op weg waren. Tegelijkertijd denk ik dat er veel van die opmerking waar is. Hoeveel? Dat is moeilijk te zeggen. Mijn eigen geval vormt niet direct een bevestiging. Wel ben ik christelijk opgevoed en opgegroeid, en al vijfendertig jaar een onversneden Lewisliefhebber. Maar eerlijk gezegd heb ik nooit een diepe en vaste christelijke geloofsovertuiging aan dit alles overgehouden. Dat zal sommige mensen misschien teleurstellen. Maar, zeg ik dan, zou het niet teleurstellend zijn als het waar was dat Lewis vooral voor eigen parochie preekt? Hijzelf meende meer roeping en aanleg te hebben voor het debat met ongelovigen. En voor mij is er geen schrijver die zo veel goeds en belangrijks te zeggen heeft, en die het zo raak, zo helder en zo mooi zegt, als C.S. Lewis.

Arend Smilde
Arend Smilde vertaalde diverse boeken van Lewis.
Hij is boekredacteur en werkzaam bij internetboekhandel Aquila Trajectina te Utrecht


Verkocht

‘Brieven uit de hel’ was het eerste boek dat ik van Lewis las. Zijn aanpak had me gelijk te pakken. Schrijvend vanuit het perspectief van satan ontmaskert hij de snaakse tactiek van de vijand. Fantasie uiteraard, maar voluit ingegeven door de Schrift en helemaal uit het leven gegrepen. Wat opviel was hoe slinks boze geesten vooral ‘ernstige’ zielen te grazen nemen. Ik was verkocht. Daarna ben ik geregeld Lewis blijven lezen. Zonder verslaafd te raken overigens. Daarvoor was zijn insteek te eigenaardig. Te weinig theologisch ook. Maar een ‘scheut Lewis’ geeft me altijd nieuw te denken. En dat was precies wat hij beoogde, als ik hem goed begrepen heb. Later werd ik vooral gegrepen door zijn biografie, met name door zijn eigen existentiële zoektocht naar God en de blijvende verbazing dat hij door Hem gevonden was. Het gaf Lewis een levend geloof, aan alle burgerlijke vanzelfsprekendheid voorbij, omdat het door scepticisme en atheïsme heen verworven was. Het gaf herkenning. Maar wat belangrijker is, het gaf Lewis ruimte om met het hem gegeven talent de Bijbel met nieuwe ogen te lezen en wat hij daar vernam origineel en organisch te verbinden met de wetenschap en de alledaagse werkelijkheid. En zodoende pleitbezorger te worden van een ‘onversneden christendom’.

Paul Visser
Predikant Protestantse Kerk te Amsterdam

Categorieën: Artikelen