‘BV Mezelf Vooruit’

Nederland kent een vreemde paradox: Gevestigde kerken moeten honderden gebouwen kwijt en honderden migrantenkerken zijn naar een gebouw op zoek. Maar denk niet, dat zij elkaars probleem kunnen oplossen: die gebouwen staan lang niet altijd op de goede plaats en zijn vaak ook duur.
Hoezo duur? Ooit zijn ze aangeschaft met bijdragen van een vorige generatie gelovigen, die de bedoeling hadden dat ze gebruikt zouden worden om Gods woord te verkondigen en zijn lof te zingen. Dat willen die migranten toch ook? Probleem opgelost, zou je denken. Niet dus, want die gebouwen moeten geld opbrengen dat terugvloeit naar het kerkgenootschap. Toen onlangs voor veel geld een kerk bij mij in de buurt verkocht werd, waar een Afrikaanse gemeente dolgraag in had gewild, vroeg één van hen met milde ironie: “De kudde zijn ze kwijt, het evangelie wordt niet meer gebracht. Waarom denken ze dan eigenlijk dat ze met al dat geld wel goede dingen kunnen doen?”

In een beraad van de gemeente Rotterdam vergeleek ik notities met de voorzitter, Dorien Cleton. “Natuurlijk zoeken ze goedkope ruimten, migranten hanteren andere prioriteiten bij hun geldbesteding. De gemeente Rotterdam heeft dat laten onderzoeken. Migranten besparen door vrijwillige mantelzorg tientallen miljoenen op zorgtaken, waarvoor autochtone Nederlanders een beroep doen op voorzieningen en uitkeringen.” Wie dus een beetje geld heeft, zorgt eerst voor zijn familie. Die familie is groot, niet omdat migranten grote gezinnen hebben maar omdat tot in andere delen van de wereld familieleden mee-profiteren van hun voorspoed. Dat was zo met Turken en Marokkanen toen die hier begonnen te komen. Het is nog steeds zo met Afrikanen, Zuid-Amerikanen en Aziaten. Het contrast zou niet groter kunnen zijn: Aan de éne kant hyper-individualisering bij witmensen, die alleen aandelen kopen in de ‘BV Mijzelf Vooruit’. Aan de andere kant zorg voor een breed gedefinieerde familie en voor alle generaties van die familie. Dat kan nog een leerzaam experiment worden. Wat voor regering zou dit land krijgen als alle voorstanders van onze graaicultuur eens een jaartje verplicht in een gezin uit Paraguay of de Kaapverdische eilanden op stage ging. Het idee alleen al maakt me blij.

Er is nog meer: Veel migranten hebben internationale netwerken, waarmee ze handel drijven en zorg verbreiden. Ik ken mensen, die persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de bouw en het onderhoud van dorpsschooltjes, kliniekjes, maar ook omvangrijke onderwijsprojecten in hun land van herkomst. Misschien gaan ze ook een antwoord geven op de vraag waarom onze wijze van helpen soms niet aansluit, te wit is, onhandig. Ook daar zal dan het nodige moeten veranderen: hoe vaak heb ik al gezien dat mede-christenen die tegen Nederlandse controlesystemen aanlopen, zich gewantrouwd voelen en onbegrepen. Natuurlijk probeer ik dan uit te leggen dat zulk wantrouwen juist een voorzorgsmaatregel is om ervoor te zorgen dat het geld zo goed mogelijk wordt besteed. Dat is heel moeilijk. Misschien dat meer samen-óp werken, uitwisselen en delen iets van die vervreemding kan doorbreken. Er staan ons nog veel mooie ervaringen te wachten.

Arnold van Heusden
arnoldvanheusden@maandbladreveil.nl
De auteur is betrokken bij Connecting Churches

Categorieën: Columns