“De kerk moet de genezing brengende boodschap van Jezus verkondigen”

De Duitse Benedictijnerpater en schrijver Anselm Grün (71), bekend van talloze spirituele boeken, was even in Nederland. Reveil was er als de kippen bij om hem enkele vragen te stellen.

Anselm Grün trad na zijn studie aan het gymnasium toe tot de Benedictijnerabdij van Münsterschwarzach, waar hij ook nu nog altijd woont en werkt. Hij is onder meer verantwoordelijk voor de 20 bedrijven van de abdij. Grün studeerde filosofie,  theologie en bedrijfswetenschappen. Reeds sinds de jaren 70 zoekt hij naar nieuwe bronnen in de spiritualiteit. Hij laat zich inspireren door Carl Gustav Jung en Aziatische meditatietechnieken. Oude klooster tradities past hij toe op het moderne leven. Zowel christenen als geseculariseerde westerlingen lezen zijn – inmiddels meer dan 200 – boeken.

Welke van uw boeken is u het meest dierbaar? En Waarom?
‘Jesus als Therapeut’. Voor mij is de therapeutische wijsheid belangrijk. Ik wilde uitleggen hoeveel wij ook vandaag de dag nog van Jezus kunnen leren voor ons eigen geestelijk welzijn. Maar tegelijkertijd is het mijn wens dat de mensen met hun ziekten en psychisch lijden genezing vinden door de ontmoeting met Jezus, als zij alles wat er in hen leeft, aan Hem toevertrouwen.

Welk boek – naast de Bijbel en niet van uw hand – heeft grote invloed gehad op uw denken?
H. Nouwen, ‘Vreemdeling in het paradijs’. Daarin heb ik zeer veel gevonden van wat mij ook bezig houdt. En boven alles heeft de eerlijkheid van Henri Nouwen indruk op mij gemaakt.

Welk boek wilt u al heel lang schrijven en waarom hebt u dat nog steeds niet gedaan?
Ik zou graag een boek schrijven over Handelingen, omdat de manier waarop Lucas vertelt, mij fascineert. Maar ik ben te weinig exegeet. Misschien krijg ik er ooit nog eens zin in, om mij daaraan te wagen.

Het ritme van het kloosterleven is iedere dag een goede hulp voor mij om tijd te nemen voor meditatie en stilte.

U hebt meer dan 200 boeken geschreven. Zit er daar één tussen die u graag zou herschrijven, omdat u nu anders tegen het onderwerp aankijkt?
Ik kan nog altijd achter mijn boeken staan, zoals ze zijn. Natuurlijk schrijf ik nu anders. Maar er is geen boek bij waarvan ik vind dat het niet meer klopt. Wel heb ik mijn gedachten erover verder ontwikkeld.

U pleit ervoor dat de mens bewust en aandachtig leeft, in harmonie met God en medemensen. Hoe doet u dat in uw eigen leven, want u hebt meer dan 200 boeken geschreven, een kloostergemeenschap en meerdere bedrijven geleid. Hoe kreeg u het dan voor elkaar om toch bewust en aandachtig te leven?
Het ritme van het kloosterleven is iedere dag een goede hulp voor mij om tijd te nemen voor meditatie en stilte. Ook als ik buitenshuis ben, is het mij onderdompelen in het dagelijkse leven van het klooster heilzaam. Ik probeer dicht bij mezelf te blijven en open te staan voor dat wat God mij te zeggen heeft.

Bedrijven zoeken altijd naar groei. Maar is dat in alle omstandigheden wel nodig?
Groei heeft ook zijn grenzen. Wij moeten ons kwalitatief steeds verder ontwikkelen. Maar kwantitatieve groei is een ideologie die de wereld uitbuit en de mensen geen goed doet.

Managers worden alleen maar afgerekend op hun financiële resultaten. Hoe staat u daar tegenover?
Het is belangrijker dat wij volgens bepaalde normen leven. Een firma die dat doet, zal ook economisch langdurig succesvol zijn. Dat elk jaar beter zou moeten zijn, is korte termijn denken. Het moet op de lange termijn kloppen. Belangrijker is het werkklimaat dat een manager in zijn bedrijf creëert.

De moderne mens zoekt naar spiritualiteit en komt dan vaak uit bij religies, waar onze ziel uiteindelijk ‘oplost in het oneindige’ of reïncarneert. Hoe staat u daar tegenover?
Als christen geloof ik in de wederopstanding. De mens zal naar lichaam en ziel opstaan. Natuurlijk zal het lichaam vergaan. Maar de ziel neemt ook in God een lichaam aan. Lichaam betekent: het unieke van een persoon. Onze ziel verdwijnt niet in een zee. Ze wordt ook niet gereïncarneerd. De mens wordt als persoon opgeheven tot God en wordt voor altijd één met God. Hoe dat zijn zal, kunnen wij ons uiteindelijk niet voorstellen.

Groei heeft ook zijn grenzen. Kwantitatieve groei is een ideologie die de wereld uitbuit en de mensen geen goed doet.

U koppelt Aziatische meditatietechnieken aan christelijke spiritualiteit. Verdragen die twee elkaar wel? Ze putten immers uit een andere bron.
Meditatie is voor alle religies hetzelfde. Zij put uit algemeen menselijke bronnen. Elke religie bepaalt zelf de techniek van het mediteren. De christelijke manier is het Jezusgebed. Maar ook dat wordt met de adem verbonden. Het is karakteristiek voor meditatie, dat wij op onze adem letten en met een bepaald woord verbinden.

Hoe ziet u de kerkverlating in West-Europa? Sommigen noemen het een straf van God, omdat wij de wereld en haar begeerlijkheden meer liefhebben dan onze medemens.
Hoe staat u daar tegenover?

Van straf zou ik niet willen spreken. De kerkelijke teruggang is een uitdaging voor de kerken om zich in te stellen op de mensen van nu. Per slot leven velen die niet naar de kerk gaan wel volgens christelijke waarden. Maar de kerken moeten ook een plaats zijn waar de mensen sprituele ervaring kunnen opdoen.

Paus Franciscus trekt zich het lot van de armen sterk aan. Dat levert hem een positief imago op. Vindt u dat de Rooms-Katholieke Kerk haar machtspositie moet opgeven en nog veel meer een kerk voor de armen en verdrukten moet worden?
Macht is voor ieder instituut een beproeving. De kerk moet zich op haar eigenlijke opdracht bezinnen, namelijk de mensen dienen door hun de genezing brengende boodschap van Jezus te verkondigen en daardoor heil te brengen.

Als u kijkt naar uw eigen leven, wat is dan de belangrijkste les die u uit de Bijbel geleerd hebt?
De Bijbel leert me dat alles wat in mij is, door Gods liefde veranderd kan worden. Paulus zegt: Alles wat verborgen is, zal aan het licht komen. Dat is voor mij de bevrij-dende boodschap: Ik hoef niet perfect te zijn, maar ik mag zijn zoals ik ben. Alles kan veranderd worden.

Kunt u iets vertellen over uw gebedsleven? Wanneer bidt u? Hoe lang bidt u? Bidt u tot de Vader, tot de Zoon of tot de Geest? Bidt u ook tot Maria?
We bidden in het klooster vijf maal per dag gezamenlijk. Allereerst worden er psalmen gezongen. Die gaan altijd over God. Als ik persoonlijk bid, bid ik tot beiden: tot God de Vader en tot Jezus. Maar ’s avonds zingen wij ook Salve Regina (Wees gegroet Koningin), een Marialied. Marialiederen brengen het vrouwelijke aspect van God tot uitdrukking. Maria is het prisma voor God als moeder.

Welke boodschap hebt u momenteel op uw hart voor de mensen in uw en ons land?
Ik wens de christenen in Holland de moed toe om hun geloof trouw te blijven en een taal te vinden om hun geloof te delen, zodat de mensen in hun hart geraakt worden.

Johan ten Brinke
johantenbrinke@maandbladreveil.nl
Vertaling: Hans van der Pluijm

Categorieën: Interviews