Het evangelie is voor elk volk en ieder individu

Twee mensen die in totaal verschillende werelden leven, ook al leven ze in hetzelfde land. Hoe krijg je hen bij elkaar over de vloer?

In het boek Handelingen (hoofdstuk 10) lezen we hoe de Heer zorgt dat Petrus Cornelius opzoekt. Wat gaat er aan vooraf? Een schokkend visioen en een hoorbare stem bij Petrus. Een bezoek van een engel bij Cornelius. Dit brengt hen in beweging. Door een boek als Handelingen zou je kunnen denken dat het werk van Gods Geest vooral spectaculair is. Wonderlijke ervaringen lijken de norm te zijn. Als dat de norm is, dan kunnen wij ook niet zonder bijzondere ervaringen. Dan kunnen we alleen als God spectaculair ingrijpt echt ‘grote dingen’ doen. Oppervlakkig gezien lijkt dat misschien zo. Toch gaat het hier uiteindelijk juist níet om het wonderlijke van de spectaculaire ervaring. We leren lessen die heel concreet met ons alledaagse leven te maken hebben. Lessen over gebed en ontmoeting met de mensen om ons heen.

In beweging komen

De geschiedenis van Cornelius en Petrus komt niet zomaar uit de lucht vallen. Er is gebed aan vooraf gegaan. We lezen dat beide mannen midden op de dag in gebed zijn (10:9; 10:30). Al kent Cornelius Jezus nog niet, Gods Geest was al in hem aan het werk. Cornelius reageert direct na de komst van de engelen. Hij stuurt zijn bedienden op pad.
Petrus peinst over wat een onmogelijke opdracht lijkt te zijn, voordat hij in beweging komt. Wat een schokkend visioen. Hij ziet een laken met allerlei dieren en hoort een stem: ‘Ga je gang, Petrus, slacht en eet’ (10:13). Voor ons misschien moeilijk te begrijpen dat een belangrijk deel van je dagelijkse toewijding aan de Heer te maken heeft met wat je eet. Maar voor gelovige Joden is dat tot de dag van vandaag zo. De wetten van Mozes maken heel duidelijk wat wel en niet koosjer is. Door je hieraan te houden (en nog uitgebreider dan dat), toon je dat je heilig wilt leven, dat je God wilt gehoorzamen. Het is onbegrijpelijk dat de Heer met dit visioen zijn eigen wet lijkt te wijzigen. Petrus heeft die schok nodig om open te kunnen staan voor wat de Heer van hem vraagt. Ook al heeft de Heer vanaf Abraham duidelijk gemaakt dat Hij door Israël heen de volken wil bereiken, in de praktijk blijkt dat niet eenvoudig. De opdracht van Jezus dat ze alle volken tot zijn leerlingen moesten maken liet geen onduidelijkheid bestaan. Wat is dan het probleem? Zelfs waar ze fysiek nog heel dichtbij elkaar wonen in Israël, leven Joden en niet-Joden in twee verschillende werelden. Juist ook om hun verschillende eet- en offergewoontes komen ze niet bij elkaar over de vloer. In de dagelijkse praktijk is het een taboe. Niet zo letterlijk voorgeschreven als de wetten voor koosjer eten, maar wel zo letterlijk uitgevoerd. Na de schok van het visioen staat Petrus er toch voor open om met de afgezanten van
Cornelius op pad te gaan. Gods Geest maakt hem duidelijk dat hij dit moet doen.

Andere wereld

Cornelius en zijn huisgenoten blijken er helemaal klaar voor te zijn het Evangelie te horen en te geloven. Direct nadat Petrus bij Cornelius binnenkomt, opent hij met de woorden: ‘U weet dat het Joden verboden is met niet-Joden om te gaan en dat ze niet bij hen aan huis mogen komen, maar God heeft me duidelijk gemaakt dat ik geen enkel mens als verwerpelijk of onrein mag beschouwen’(10:28).

Degenen die met Petrus zijn meegekomen kunnen bijna niet geloven dat Romeinen
in Jezus kunnen geloven en de Geest kunnen ontvangen. Zo groot is de verrassing.

Wat een enorm belangrijke les leert Petrus hier. Hij kan niet bij voorbaat een Romein afschrijven, omdat hij bij een volk hoort dat agressie en heidendom promoot. Gods Geest was duidelijk aan het werk in de Romein Cornelius. Zelf moest ik denken aan de lange tijd dat mijn man en ik twijfelden of we wel of niet pleegouders zouden worden. Zouden we het wel aankunnen? Wat voor wereld zouden we instappen? Een wereld met pijn en conflicten en opvoeduitdagingen. Wilden we dat wel? Uiteindelijk gaf Gods Geest ons de moed om stappen te zetten. Inmiddels woont onze pleegzoon al een jaar bij ons. En ja, we zijn een andere wereld ingestapt. En ja, het is zo duidelijk dat Gods Geest ook daar aan het werk is!

Geest van verrassingen

De geschiedenis van Cornelius en Petrus en laat zien hoe Gods Geest in mensen kan werken. Hij werkt niet alleen onder Zijn kinderen, maar ook onder diegenen die Hem nog niet persoonlijk kennen. Gods Geest zou eigenlijk Zélf het Evangelie aan ieder mens bekend kunnen maken. Zonder dat er iets mis zou gaan met die Boodschap. Overtuigend en duidelijk voor iedereen. Toch is dat niet de weg die de Vader heeft gekozen. Hij wil dat Zijn kinderen zélf in beweging komen om naar de ander toe te gaan. Petrus hoeft alleen maar naar Cornelius te gaan. De voorbereiding èn de uitwerking van de boodschap is helemaal het werk van Gods Geest. Degenen die met Petrus zijn meegekomen kunnen bijna niet geloven dat Romeinen in Jezus kunnen geloven en de Geest kunnen ontvangen. Zo groot is de verrassing. De Geest laat zien wat Jezus al had beloofd. Het Evangelie is voor Israël én de volken. Voor elk volk, voor ieder individu. Gods Geest is de Geest van verrassingen. Hij is aan het werk op plekken waar wij het niet verwachten en wil ons in beweging brengen. Hoe kan de Heer anders laten zien dat Hij Jood en heiden op het oog heeft, dan door hen letterlijk bij elkaar in huis te brengen? Wat zou Hij nodig hebben om ons in beweging te brengen? Een schokkend visioen, een schokkende gebeurtenis? Of juist de stilte van ons gebedsleven of oplettende ogen en oren voor degenen die op ons pad worden gebracht?


Cornelius en Petrus

Cornelius was een Romeinse centurio in Cesarea. ‘Godvrezend en vroom’, werd er over hem gezegd. Hij gaf aan de armen en bad veel tot God. Op een dag verschijnt er een engel aan hem in een visioen. De engel zegt: ‘God heeft je gebed gehoord en je aalmoezen aanvaard’ en hij draagt Cornelius op om Simon Petrus te halen, die in Joppe verblijft.
Ook Petrus is in gebed. Het is rond het middaguur en hij krijgt honger. Dan krijgt hij een visioen. Vanuit de hemel komt een laken met allerlei soorten dieren erop. Hij hoort een stem: ‘Slacht en eet.’ ‘Nee,’ zegt Petrus, ‘ik eet niets dat verwerpelijk of onrein is’. De stem verklaart: ‘Wat God als rein heeft verklaard, zul jij niet als verwerpelijk beschouwen’.
Vlak daarna stuurt Cornelius een delegatie op pad om Petrus te halen. Als hij aankomt bij Cornelius wordt hij opgewacht door de centurio, zijn familie en naaste vrienden. Petrus zegt: ‘U weet dat het Joden verboden is om te gaan met niet-Joden en dat ze niet bij hen aan huis mogen komen, maar God heeft me duidelijk gemaakt dat ik geen enkel mens als onrein of verwerpelijk mag beschouwen. Waarom heeft u me laten komen?’ Als Cornelius zijn verhaal vertelt heeft, zegt Petrus: ‘Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen, maar dat hij zich het lot aantrekt van iedereen, uit welk volk dan ook, die ontzag voor hem heeft en rechtvaardig handelt. Jezus is de Heer van alle mensen.’ De Heilige Geest daalt neer op iedereen die naar de toespraak luistert. En allen worden gedoopt in de naam van Jezus Christus. (Lees: Handelingen 10)


Ruth Penning-Wolswinkel
ruthpenningwolswinkel@maandbladreveil.nl
De auteur werkt als veldleiding Jeruzalem bij de Near East Ministry

Categorieën: Artikelen