Klaar met geloven of ongeneeslijk religieus?

In de jaren zestig rekende twee derde deel van de Nederlandse bevolking zich tot een kerk. In 2014 is dit nog een derde. Religie-onderzoeker Jos Becker verwacht dat dit aantal tegen 2025 nog eens gehalveerd zal zijn. Kelly Keasberry bekijkt deze cijfers kritisch, put uit (recent) verschenen boeken en de documentaire ‘Houdt God van vrouwen?’ In dit artikel probeert zij antwoord te geven op de vraag ‘klaar met geloven of ongeneeslijk religieus?

De stelling dat mensen zowel minder kerkelijk als minder gelovig worden, klopt volgens Becker niet. Als we alleen al naar de cijfers van het WRR* kijken, zien we dat 25% van de Nederlanders zich christen noemt, tegen 26% nieuw spirituelen. En terwijl het aandeel christenen afneemt, stijgt het aantal nieuw spirituelen. Daarbij moeten we denken aan de beoefenaars van zen-meditatie of yoga, en de lezers van Happinez of A course in miracles. De grote verandering zit hem vooral in onze manier van geloven. Kerkelijke betrokkenheid maakt steeds vaker plaats voor een strikt persoonlijke spiritualiteit.
Geloven gebeurt dus steeds minder vaak in de kerk. Maar dat neemt niet weg dat religie nog altijd springlevend is. Vele romans, films en documentaires bieden inzicht in persoonlijke levensverhalen, en in de zoektocht die mensen hebben afgelegd. Juist voor de kerk kunnen deze verhalen welkome handvatten bieden. Ze tonen ons hoe de postmoderne mens ook vandaag onveranderd op zoek is naar zingeving.

Hilligje Kok uit Staphorst

Het afgelopen jaar verscheen de spraakmakende documentaire Houdt God van vrouwen? Hierin wordt Hilligje Kok uit Staphorst gevolgd, die binnen haar bevindelijke traditie ruimte probeert te scheppen voor vrouwen. Toch wordt ze niet toegelaten tot de SGP en tot de kerkelijke ambten. Twee onverzoenlijke werelden bevinden zich tegenover elkaar: de steile wereld van grijze mannenbroeders en de postmoderne samenleving, die waarden als tolerantie en gelijkheid voorop stelt.
Eenzelfde soort impasse zien we in Blinde wereld van Ellen Heijmerikx. In deze roman zien we hoofdpersoon Kieke zich losmaken uit de Noorse Broederschap. Er geldt een moraal van horen, zien en zwijgen. En hoewel er voor vrouwen en meisjes nauwelijks ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling, wordt al snel duidelijk dat de broeders het zelf niet zo nauw nemen met de zeden. De woede van Heijmerikx – zelf opgegroeid binnen de Noorse Broederschap – spreekt boekdelen.

Claudia Schreiber

Een verhaal van vergelijkbare strekking vinden we in de roman Haar vaste begeleider van de Duitse auteur Claudia Schreiber. Hier maakt hoofdpersoon Johanna zich los uit een charismatische religieuze beweging. Ze levert een bitter gevecht tegen knellende structuren en absolutisme. Bijzonder is dat niet alleen Johanna, maar ook God een ontwikkeling door lijkt te maken. De alwetende Vader komt letterlijk van Zijn troon om het menselijke gezicht aan te nemen van een Man met bontmuts. Een Man die Johanna helemaal begrijpt, haar Zijn wijsheden openbaart en zelfs de maaltijd met haar gebruikt. Dat is echter niet genoeg om Johanna aan Zich te binden. Want Johanna wil geen ‘hemelse voyeur’, ze wil het heft van het leven helemaal in eigen handen kunnen nemen. Zonder God of gebod.
Hoe anders is dat bij Hilligje Kok. Zij komt tot een onderscheid tussen religie en traditie. Zij ziet de kerk met al haar beperkende regels en wetten als dat wat mensen ervan maken, maar God maakt volgens haar geen onderscheid. ‘Ik voel de ruimte van het Evangelie in mijn hart,’ zegt Hilligje. Haar strijdbare houding maakt een breuk met de traditie echter haast onvermijdelijk. ‘Ik treed wel uit de kerk, maar geenszins uit het geloof,’ horen we Hilligje uiteindelijk zeggen. ‘Daarvoor is de Heer mij te lief. Ik zal zolang als ik leef het geloof uitdragen.’

Dubbelleven

Net als Hilligje Kok en Kieke slaagt ook Johanna er niet in om de moderne en de conservatieve wereld met elkaar te verenigen. Dat levert een situatie op van behendig balanceren op het dunne koord tussen twee afzonderlijke universums. Door middel van een dubbelleven gaat dat een tijdje goed, maar onherroepelijk blijkt het koord toch te breken. Voor alle drie de vrouwen betekent dit een breuk met de traditie van hun ouders. Hilligje komt tot een meer persoonlijke manier van geloven, en voor zowel Kieke als Johanna heeft God volledig afgedaan. Het ligt er blijkbaar maar net aan of je in staat bent de knoop tussen conservatisme en religie te ontwarren. Dan hoeft een streng religieuze jeugd zeker niet te ontaarden in atheïsme. Hoe het ook zij, de personages willen bovenal zichzelf zijn. En allen leveren zij hiertoe hun eigen strijd.

Franca Treur

In Dorsvloer vol confetti van Franca Treur gaat het er minder heftig aan toe. Met veel liefde beschrijft Treur het Zeeuwse boerenmilieu waaruit zij zelf afkomstig is. Toch zoekt ook haar hoofdpersoon Katelijne binnen een hechte en conservatieve gemeenschap naar een eigen identiteit. Hoewel zij later verondersteld wordt huisvrouw te worden, blijkt het boerenmeisje zowaar naar het vwo te kunnen. Heimelijk droomt zij van onontdekte werelden, waar de trein ’s avonds rijdt en roze broeken ook als meisjeskleding gelden. In tegenstelling tot de eerder genoemde personages is Katelijnes overwinning opvallend ludiek. Tijdens een bruiloft stort Katelijne een emmer confetti uit over de dorsvloer. Plotseling lijkt het wel of de zwangere bruid in het wit is gehuld. De confetti hult een sombere wereld, hoofdzakelijk bepaald door zonde en schuld, in een oogwenk in een nevel van betovering. Het is de ultieme zege van fantasie en verbeelding.

Authenticiteit

Weinig is nog vanzelfsprekend in de huidige postmoderne tijd. Zo’n beetje alles staat ter discussie: tradities, dogma’s en oude waarheden. Dit zien we ook terug in boeken en films. Jonge mensen nemen niet langer genoegen met de zekerheden van eerdere generaties. Het nieuwe credo is authenticiteit, en dat geldt ook voor geloven. Spiritualiteit moet je persoonlijke belevingswereld raken en aansluiten bij je levensverhaal.

Voor de kerk betekent dit dat er ruimte moet zijn voor vragen en eigen interpretaties. De positie van een voorganger is er niet langer één van onbetwistbaar leergezag, maar meer een coachende rol in het begeleiden van mensen op hun levenspad. Een postmoderne leider is er vooral één die luistert. En dan niet halfslachtig, om op het laatste moment toch zijn eigen agenda door te drukken, maar die werkelijk geïnteresseerd is in wat er in mensen leeft. Want als sociale media iets duidelijk maken, dan is het een enorme honger naar gezien en gehoord worden. En wat te doen met de Bijbel, als het gezag daarvan voor veel mensen niet meer evident is? Blijf toch vooral in die teksten geloven. Breng ze tot leven. Wees creatief en speel met taal, kruip in de huid van Bijbelse personages en maak elke dienst tot een belevenis. Zoek naar wat verbindt in plaats van naar wat scheidt, en zet mensen gerust aan het denken door vragen open te laten.

Een goede raad tot slot: wanneer zogenaamde deskundigen komen met sombere toekomstprognoses; wanneer zij beweren dat er in 2050 geen kerk meer zal zijn, geloof het niet. Volgens religieus demograaf dr. Todd Johnson is het atheïsme op zijn retour. Was in de jaren ’70 nog twintig procent van de wereldbevolking atheïst, vandaag de dag is dat nog maar twaalf procent. In Afrika, Zuid-Amerika en China schieten charismatische kerken als paddenstoelen uit de grond. De wereld is nog lang niet klaar met geloven. Sterker nog: de mens is ongeneeslijk religieus. Kerkzijn anno nu is dan ook geen kwestie van inpakken en wegwezen, maar eerder van een zoektocht naar de juiste snaar.

Kelly Keasberry
kellykeasberry@maandbladreveil.nl

* Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid

Categorieën: Artikelen